Maandelijks archief: december 2016

Terugblik op 2016

De blije blogger

.

Zo nu en dan geef ik mijn lezers een klein inzicht in het reilen en zeilen van mijn blog in de vorm van statistiekjes. Op deze laatste dag van het jaar wil ik terugkijken naar wat 2016 bracht en, uiteraard, eindigen met een gedicht.

Als eerste mijn trouwe lezers en bezoekers van deze blog. Had ik in 2015 nog iets minder dan 80.000 bezoeken aan mijn blog, in 2016 is dit vrij explosief gestegen naar meer dan 110.000 bezoeken. 305 mensen zijn vaste volger van dit blog en daarvan zijn er ruim 72.000 uit Nederland, meer dan 25.000 uit België en verder uit nog eens 127 landen wereldwijd.

Het best bekeken bericht was ‘De mooiste van Yeats’ met meer dan 900 bezoeken.

Dit jaar gaf ik 1 poëziebundel uit (XX-XY met liefdesgedichten) die gratis als E-book is te downloaden vanaf deze site (en vanaf de site van MUG books) en 1 papieren bundel ‘Poeziebus 2016’.

Na een paar jaar niet te hebben meegedaan met poëziewedstrijden dit jaar toch maar weer eens een keer ingezonden voor de Poëziewedstrijd Leo Vercruyssen (met het gedicht ‘Ontsomberen’) en daar een eervolle vermelding gekregen. Drie gedichten van mijn hand verschenen in verzamelbundels en mijn kerstgedicht verscheen als ansichtkaart. Op 5 podia in den lande was ik dit jaar te zien en horen. Ik mocht in een paar jury’s plaatsnemen (o.a. van stadsdichters) en ik heb eenmaal een lezing over poëzie gegeven.

Ik heb niet stil gezeten. Maar wat voor mij misschien nog wel het belangrijkste en leukste was waren de vele leuke reacties die ik op mijn blog mocht ontvangen van mijn lezers. Soms met complimenten maar ook met persoonlijke ervaringen en herinneringen en ook met correcties (waarvoor mijn dank) op fouten en foutjes in mijn berichten.

Ik wil iedereen heel hartelijk bedanken voor de interesse, de bevlogenheid, de trouw (een aantal van jullie bezoeken mijn blog dagelijks en dat vind ik heel bijzonder) en de liefde voor poëzie. Want dat is mijn motivatie om dit te doen en hopelijk jullie motivatie om hier te komen en mijn berichten te lezen.

Ik wens iedereen een heel mooi, vreedzaam en poëtisch jaar toe. Ik blijf mijn best doen om jullie te verrassen met mooie, ontroerende en bijzondere poëzie en berichten over alles wat met poëzie te maken heeft.

Wouter

dt

Advertenties

paviljoen De Witte

Gedichten in de buitenruimte

.

Een tijdje geleden ben ik benaderd door Kila van der Starre om bijdragen te leveren aan http://www.straatpoezie.nl, een PhD-onderzoek van deze student aan de Universiteit van Utrecht. Doel is om alle gedichten in de openbare ruimte in kaart te brengen in Nederland en Vlaanderen. Omdat ik via mijn rubrieken Gedichten op vreemde plekken en Gedichten in de openbare ruimte al veel voorbeelden heb verzameld was het bijna logisch dat ze ook bij mij terecht kwam. Deze week werd ik door John Jansen van Galen van ‘Met het oog op morgen’ op radio 1 (de poëzierubriek) gebeld met de vraag of ik wist of er ooit onderzoek gedaan was naar poëzie in de buitenruimte?

Voor zover ik weet is dat niet het geval, veel voorbeelden zijn plaatselijk en in hun soort redelijk uniek. Vaak zijn het voorbeelden van stadsdichters ter verfraaiing van de buitenruimte en maar een enkele keer gaat het om, wat Kila noemt, canonieke gedichten, gedichten die in het collectief geheugen van de Nederlander (en Vlaming) zitten.

Tweede kerstdag was ik in Beelden aan zee, een museum op de duinrand van Scheveningen met beeldhouwwerk (en een tentoonstelling van  Picasso) dat voor een deel onder paviljoen De Witte is gesitueerd. Op 18 november 1827, de verjaardag van koningin Wilhelmina van Pruisen, namen koning Willem I en zijn vrouw namen met feestelijk vertoon een strandpaviljoen in gebruik dat de koning speciaal voor haar had laten bouwen. Zij leed aan slapeloosheid, en men hoopte dat veelvuldig verblijf aan zee hierin verbetering zou brengen.

In de jaren tachtig van de twintigste eeuw waren de exploitatiekosten van het paviljoen sterk opgelopen. De eigenaar, Littéraire Sociëteit De Witte, zocht daarom naar andere inkomstenbronnen. Op 17 september 1990 keurde de algemene ledenvergadering van Sociëteit de Witte een plan voor een beeldenmuseum in het pand goed. In 1994 werd museum Beelden aan zee door koningin Beatrix geopend.

Aan de Pellenaerstraat kant van het paviljoen is ‘De Transparant’ een glazen afscheiding tussen straat en paviljoen van 65 meter lang. Op zestien panelen staan stukken tekst en gedichten over kunst, glas en de zee/het strand.

Hieronder een paar voorbeelden met gedichten van Jan Wolkers, Leo Vroman en Gerrit Kouwenaar.

.

g1

g4

g5

Met dank aan http://www.denhaag.wiki/index.php/cultuur/monumenten/278-paviljoen-von-wied

Billy Holiday

Hans Vlek

.

Van de dit jaar overleden, bijzondere dichter Hans Vlek (1947 – 2016) vandaag het gedicht ‘Billy Holiday’. Ik hoorde afgelopen week het nummer ‘Strange fruit’ weer eens op de radio, een prachtig nummer dat helaas tegenwoordig maar weer wat actueel is (het is een aanklacht tegen het racisme in de Verenigde Staten). Het nummer werd trouwens geschreven door een communistische onderwijzer van Joodse afkomst uit The Bronx, Abel Meeropol, onder het pseudoniem Lewis Allan. Het nummer was oorspronkelijk ‘Bitter fruit’ getiteld.

Billy Holiday maakte het nummer beroemd en het werd  opgenomen in de lijst van Songs of the Century (liedjes van de eeuw) door de Recording Industry of America en de National Endowment for the Arts, een overheidsorganisatie ter bevordering van kunst en cultuur.

Uit: ‘Geen volkse god in uw achtertuin’ uit 1980.

.

Billy Holiday

.

een vrouw een dame

als een altsax zo groot

zo zwart als poëzie

.

dit kan

nog nachten duren

dit geluid

diep uit haar hals

pijn en zonsverduistering

.

haar lichaam teistert

verminkt

het bitter bloed van haar stem

.

harde steden van steen

en de dagen die gaan

zij weet

.

zingt.

.

vlek

 

Toekomst

Hester Knibbe

.

Stadsdichter van Rotterdam Hester Knibbe schreef ter gelegenheid van het geopende asielzoekerscentrum in Rotterdam Beverwaard een stadsgedicht getiteld ‘Toekomst’. Op 15 december droeg Hester haar gedicht voor in de bibliotheek IJsselmonde speciaal geschreven voor de bewoners van het AZC en de inwoners van de Beverwaard.

Nadat vluchtelingen van het AZC kennis hadden gemaakt met de faciliteiten en de dienstverlening van de bibliotheek droeg Hester haar gedicht voor, dat in het Nederlands en Arabisch werd vertaald door Amina Abed en in de hele stad Rotterdam te zien is.

.

Toekomst

.

Zij gingen en komen waar ze wel

waar ze niet willen, zetten bezittingen

.

neer, spreiden hun angsten en leggen beslag

op de vierkante meters ze toegewezen. In hun lijf

.

nog de kleuren en beelden

van oude omgeving, donker en licht, drukte

.

chaos in steden, stilte erbuiten. Ze komen

waar anderen wonen, zij die hun kleine

.

percelen van heden verleden behoeden: zo

is het zo was het zo mag het

.

blijven. De toekomst

moeten ze delen.

.

hk

Zanger nummero 1

Johnny van Doorn

.

Om de zoveel tijd moet ik even aandacht besteden aan één van mijn favoriete dichters Johnny van Doorn. Daarom deel ik dit gedicht uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1994 met jullie.

.

Zanger nummero 1

.

Ik als grootste zanger

van mijn tijd (dit zonder

Omhaal neergeschreven &

Luister zelf in bv 1970

Naar soortgelijke zenders

Als Radio London thans:

Korte snelle flashes,

Trefbeelden 20 seconden,

A-melodieus & zeer aan

Wetten gebonden &

Het spontane zingen

Vlijtig bijgepolijst &

Op vleermuisachtige

Hoogtes geschieden

Interne ontploffingen), –

Jazzmusici weiger ik

beslist de deur &

Ik beraam zelf plannen

Tot afstraffing van

Bv ene kwijlaap

Pim Jacobs & zijn

Nog zijeriger chick (

Die de euvele moed

Hebben gehad tot

Verjazzing van The

Beatles over te

Gaan & deze wansmaak

Presenterend voor

Een nog onwetend

Puberaal publiek) &

Wie Door Het Negroïde

Vulgus Is Besmet

Is Voorgoed

Uitgekakt &

.

johnny-van-doorn-bron-geschiedenis-24

Het verlorene zal ik zoeken

Thomas Graftdijk

.

Thomas Graftdijk (1949 – 1992) was medeoprichter van het tijdschrift Soma en in 1974 van De Revisor. hij trad op als vertaler van het werk van Elias Canetti, Hermann Hesse en Rainer Maria Rilke. Postuum verschenen van hem nog vertalingen van het werk van Friedrich Nietzsche, Sigmund Freud, Thomas Mann en Franz Kafka. Daarnaast was hij dichter maar als zodanig is hij wat in de vergetelheid geraakt.

Hij publiceerde drie dichtbundels ‘Lachend op de achterste rij’ in 1970, ‘Treurarbeid’ in 1977 en ‘Positieve helden’ in 1980. Werk van Graftdijk werd gepubliceerd in onder andere Maatstaf, De Revisor, Raster en De Gids. Uit Raster 26 uit 1983 het gedicht ‘Het verlorene zal ik zoeken’.

.

Het verlorene zal ik zoeken

.

Het verlorene zal ik zoeken

in dit nevel-leven dat ik veins met zwak belichaamd zelf

in de vermoeide natuur, die ik ophef met mijn zachte

erts

.

Het verlorene zal ik zoeken

in het hoofd met jaarringen om de koeieogen

dat ik vrees in de donkere spiegels van mijn bankroet

.

Valsemunter, reeds bevroedend het verdwenene in de

toekomst

reeds in tijdnood redde ik het vuil dat eenzaam brandt

en gaf niet op de wil een weerlicht in de nacht te

scheppen, terwijl ik op mijn arrestatie wachtte

.

Kindse boer die van de bossen en de wolven

droomde, vrijend om de zuiverheid

ondanks het nut dat ik in honderd bevlekkingen

wou telen, voltrokken aan de mannequins van mijn

begeerte

Ondanks hun deeg dat goed was om mijn kiespijn te

verzachten

hun knutselen dat ik als kunst verstond:

illusies te proberen het vergeefse

te betrappen het verzuimde, te horen langverstomde

ruzies

in het geritsel van de telefoon (haarscheurtjes

in de samenzwering tegen mijn persoon)

te dulden de paniek, naakt en onherstelbaar

van mijn voldongen zoon

.

Ziehier mijn zaligheid: in nooddruft het verlorene

te vinden, te vullen het gemis van groot wit ding

mijn schulden uit verboden bron te voldoen

(de bloedpis van een vis, uitmiddelpuntig

zwemmend om een eiland van ellende)

en me te verzoenen met de legende

.

Dat mijn vorst zal komen op een dag

.

O wereldwijze, in solovlucht galopperend

op de valwind

van bevrijdende herinneringen.

.

2015-10-11-15-31-42

Wachten in de ochtend

Dichter van de maand

.

Voor de laatste keer dit jaar de dichter van de maand. In december is dit M. Vasalis en voor de maand januari heb ik gekozen voor dichter Hagar Peeters. Maar nu dus nog één keer als dichter van de maand een gedicht van Vasalis. Ik heb gekozen voor het gedicht ‘Wachten in de ochtend’ uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 2006.

.

Wachten in de ochtend

.

Ik zat te wachten in een groot en leeg café
in bont gedoken, rillend in mijn eigen vuur
En alle bleke kelners wachtten mee…
zij spraken weinig, met gedempte stem:
‘ze wacht op hem, ze wacht op hem, op hem…’
er was geen klok, geen tijd, alleen maar duur.

De rode bomen brandden in het park omhoog
en het gebladert rilde in hun naakte brand;
ik zag het, en ik zag een vreemde hand
vóór mij op tafel, mager en die soms bewoog
op ’t rode kleed-de voorhang  van een tabernakel.

Toen was ik niets meer dan maar één tentakel
blindelings gestrekt, met één blind oog voorop
en één doof oor, één sprakeloze open mond
gestrekt en zoekend tussen duizend mensen
en afgeleid door geen, één dringend wensen
totdat hij enkel maar die ene vond,
diens oog kon zien, het oor kon horen
en die de mond had uitverkoren
en die de kreet daaruit verstond.

Tot hij daar was….. tot hij daar stond
en ik, nog ganselijk verloren
hem nauw kon zien, hem nauw kon horen.

.

pub

Kerstgedicht 2016

Stille nacht

.

Het museum Maassluis heeft vanaf de maand december een tentoonstelling van kerstgroepen. Naar aanleiding hiervan heeft men mij (en de stadsdichter van Maassluis Jaap van Oostrum) gevraagd een kerstgedicht te schrijven. Wat mij betreft is dit een sonnet geworden. Opmerkelijk genoeg want ik had weleens eerder geprobeerd een sonnet te schrijven maar dat ging niet echt lekker. Dit keer kwam ik niet uit mijn kerstgedicht en op enig moment dacht ik; ik maak er een sonnet van. Dat ging eigenlijk heel goed.

Daarom voor al mijn lezers vandaag mijn kerstgedicht ‘Stille nacht’.

.

Stille nacht

.

Van een witte kerst geen sprake meer,

geen liefhebbers voor heilige nachten.

Vrede op aarde valt niet meer te verwachten,

het is het kerstgevoel dat ik ontbeer.

.

Waar de gelijkheid van zielen keer op keer

ons niet bracht wat wij ervan verwachten,

ondanks de hoop op bijzondere krachten,

en de liefde voor de medemens evenzeer.

.

In het comfort van verwarming en open haard

weten we elkaar echter steeds weer te vinden.

Geliefden, vrienden en andere teerbeminden.

.

En beseffen we, het is de moeite waard,

kerst te vieren met vreemden en gelijkgezinden

opdat wij ons opnieuw met elkaar verbinden.

.

img_6167

Onstuimige jeugd

Gerard Reve

.

Schrijver Gerard Reve (1923 – 2006) is behalve van zijn proza ook bekend van zijn poëzie. Zo debuteerde hij als dichter in 1940 met de bundel ‘Terugkeer’ voordat hij proza schreef. In 1987 werden zijn gedichten in een verzameld werk bijeen gebracht onder de titel ‘Verzamelde Gedichten’ en uit deze bundel het gedicht ‘Avondrood’.

.

Avondrood

.

Eens was ik jong en schoon.
Vrouwen die met mij dansten werden in mijn armen
medegevoerd tot duizelingwekkende hoogten.
Nu gaat er niets meer omhoog:
het enige dat stijf staat zijn mijn gewrichten.
Ach, waar zijt gij gebleven
zoete, bittere, onstuimige jeugd?

.

gerard_reve_1969-crop

Foto: Joost Evers, Nationaal Archief Den Haag

Kathedralen

Leo Vroman

.

Afgelopen zomer was ik op vakantie in Engeland, Cornwall. Op enig moment bezochten we de kathedraal van Truro, hiertoe ook aangezet door wat ik in ‘According to Yes’ las van Dawn French (ja die van French and Saunders). In deze roman van comedian/romanschrijfster French bezoekt de (Engelse) hoofdpersoon een oude kerk in New York die haar aan de kathedraal in haar geboorteplaats Truro doet denken.

Omdat wij in de buurt van Truro logeerde besloten we deze kathedraal met een bezoek te vereren. Aangekomen in de kathedraal werd ik verrast door een enorm springkussen en een soort creatieve markt/rommelmarkt in de kathedraal die gewoon nog in gebruik is als kerk. Vooral het springkussen was een detonerend object tussen zoveel geschiedenis.

Ik moest hier aan denken toen ik in ‘In liefde bloeyende’  De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in 100 en enige gedichten, van Gerrit Komrij,  het deel over het gedicht ‘Kathedralen’ van Leo Vroman (1915-2014) las.

In zijn beschouwing over dit gedicht schrijft Komrij: “Het gaat hier om een laat-twintigste-eeuwse kathedraal, een kathedraal die een andere bestemming lijkt te hebben gekregen – die van meubelzaal of een rommelmarkt.”

Hieronder de foto’s die ik nam van en in de kathedraal en het gedicht van Leo Vroman.

.

Kathedralen

.

Wij zijn kathedralen

vol duistere geuren

en duistere gangen

achter zware deuren

verborgen zalen

Van het beeldwerk hangen

versmolten spiralen

en treurige slangen

van kleurloze kralen

Daar zijn voelbare balen

verouderde stangen

verwaarloosde palen

Daar stijgen en dalen

verdwaalde gezangen

verdichte verhalen

van dood en verlangen

zichtbare gangen

geopende zalen

en zonlicht

.

img_5235

img_5099

 

 

%d bloggers liken dit: