Maandelijks archief: november 2016

Dichters van vroeger

Van Hadewijch tot A. Roland Holst

.

Toen ik de bundel ‘Dichters van vroeger’ zag liggen bij de kringloopwinkel wist ik dat ik ‘m wilde hebben. Zo’n prachtig vormgegeven dikke bundel met zo’n 370 gedichten uit 8 eeuwen Nederlandse poëzie voor € 1,50, ik ben er blij mee. Omdat deze bloemlezing, samengesteld door Garmt Stuiveling,  zo’n groot tijdvak bestrijkt staan er vele dichters en gedichten in die ik niet ken. Sommige nauwelijks begrijpelijk (zoals ‘Alle Dinge’ uit Hadewijch), sommige in hoogdravende taal (zoals ‘Béranger’s vaarwel’ van Everhardus Johannes Potgieter) tot aan het prachtige ‘Het huwelijk’ van Willem Elsschot (terug te lezen op dit blog op 27 oktober 2012).

Ik koos voor het allereerste gedicht ‘Alle dinge’ uit Hadewijch en ‘Winter’ van C.S. Adama van Scheltema.

.

Alle dinge

.

Alle dinge

Zijn mi te inge,

Ik ben zo wijd:

Om een ongeschepen

Heb ik begrepen

In eeuwigen tijd.

.

Ik heb het gevaan.

Het heeft mi ontdaan

Widere dan wijd;

Mi es te inge al el;

Dat wette wel

Gi dies ook daar zijt.

.

 

Winter

.

Stiller, stiller, stiller zakken

Nacht en dagen om mij heen –

Als de sneeuw de dorre takken

Dekken zij ’t verleên.

.

Doch hun hout wacht, diep verborgen,

Menig, menig wederkeer,

En mij komt de jonge morgen

Nimmer, nimmer weer!

.

Wie gebloeid heeft en gedragen,

Houdt herdenking tot genoot –

Hij heeft God niet meer te vragen

Dan den stillen dood.

.

dvv

Advertenties

Oud gedichtje

Van voor 2008

.

Ik krijg zo nu en dan de vraag hoe lang ik al gedichten schrijf en hoe dat dan gegaan is. Ik schreef er al over (mijn eerste gedichtje schreef ik op mijn 13e jaar) en ook over het gegeven dat wanneer ik nu die versjes en gedichten terug lees ik me bijna schaam voor de rijmdwang en de onnozelheid. Toch zijn ze me dierbaar die vroegere gedichten. Daarom plaats ik er zo nu en dan eentje op dit blog.

Ter aanmoediging van jonge dichters (die vaak veel betere poëzie schrijven dan ik vroeger op die leeftijd) om te laten zien dat oefening kunst baart en er ontwikkeling mogelijk is en voor het plezier uiteraard. Daarom dit keer een kort gedichtje van vroeger, ergens halverwege de jaren 80′.

.

Wandeling

.

Die avond, wandelen wij,

met in ons rug

(voor de aanschouwers)

het tegenlicht,

richting heinde en ver

.

eenieder zal ons passeren

zonder enige vorm

van vermoeden

omtrent doel van onze gang

en spoor onzer gedachten

.

en wij, ach

gezien onze gedachten

en de richting waarin wij

ons begeven, gaat alles

ons, ten enen male,

volledig voorbij

.

tegenlicht

Vrij!

Ariel Dorfman

.

In 2008 verscheen bij Rainbow Essentials de uitgave ‘Vrij!’ een bloemlezing van zestig spraakmakende werelddichters, en een dozijn anonieme en legendarische dichters, uit drieënveertig eeuwen. Ze schreven gedichten over onrecht, recht, oorlog en vrede, over verlating en solidariteit.

De bundel werd samengesteld door Amnesty International ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Uit deze bundel de dichter Ariel Dorfman met het gedicht ‘Twee plus twee’ dat oorspronkelijk in vertaling van Erik Gerzon verscheen in de bundel ‘Verdwijnen’ uit 1985.

Vladimiro Ariel Dorfman (1942) is een Chileens-Amerikaans romanschrijver, essayist, toneelschrijver, dichter en mensenrechtenactivist. Sinds 2004 heeft hij een Amerikaans paspoort. Hij is hoogleraar aan de Duke Universiteit in Durham vanaf 1985.  

.

Twee plus twee

.

We weten allemaal hoeveel stappen het zijn,

compañero van de cel

tot die ene kamer.

.

Als het er twintig zijn,

brengen ze je al niet meer naar de wc.

Als het er vijfenveertig zijn,

kan het al niet meer zijn

om je te luchten.

.

Als je boven de tachtig zit,

en je begint

struikelend en blind

een trap op te gaan,

ai, als je boven de tachtig zit,

is er geen andere plaats

waar ze je heen kunnen brengen,

is er geen andere plaats,

is er geen andere plaats,

is er al geen andere plaats meer.

.

vrij

ad

 

Derrel Niemeijer

Dichter van de maand november

.

Nu op zondag 4 december, om 15.00,  in café de Gouden Bal in Eindhoven het eerbetoon van meer dan 100 dichters aan Derrel Niemeijer wordt gepresenteerd in de vorm van de bundel ‘Dan zijn er ook dichters die gewoon doodgaan’, sluit ik de maand november af met mijn eerbetoon aan Derrel. Voor de laatste keer is hij dichter van de maand. Het zal zeker niet de laatste keer zijn dat ik over hem schrijf of een gedicht met jullie deel, maar niet meer op deze manier.

Het laatste gedicht dat ik hier wil plaatsen is een liefdesgedicht. Een typisch Derrel gedicht toch ook want ook hier komt de dood weer om de hoek kijken. Naast de vrije geest die hij was, de plaaggeest, de respectvolle lezer, de gepassioneerde dichter was hij ook een hopeloos (of hoopvolle) romanticus. Dit gedicht van 24 mei 2016 heeft geen titel.

.

mijn lief
ween niet
over dit bed.
wens droge dekens.
het is zo al koud genoeg.

onthoud mij van jouw angst.
het is zo al koud genoeg.
ik ga niet sterven.
mijn tijd is het
bij lange na niet.

maar blijf hier bij mij
want ik zie de gordijnen
bewegen. misschien zijn het
spoken die komen voor mij.

maar ik ben niet ziek
ook al zei de dokter
iets anders. er is niks
aan de hand. ik ben
gewoon vermoeid.
voel mezelf
niet ziek.

kom bij mij.
houd me vast.
doe het licht uit,
dan zien ze mij niet.

zie jij ze ook.
ze laten gordijnen bewegen.
kus mijn angst weg.
kus mijn tranen weg,
want ik ben bang.

leg je armen om mij heen
want ik word kouder,
verwarm mij
tot gezond
ook al ben ik
niet ziek volgens mij.

zie je ze nu de spoken.
ze komen door de ramen,
de kieren, uit het stopcontact,
uit de muren. ze kruipen over de grond,
tegen de muren en over het plafond.

geloof mij, want
ik ben niet ziek.
dit is geen
doodswaan.

ze naderen
dit bed, mijn lief.
bescherm mij,
want misschien
ga ik wel dood.

maar ik ben niet ziek
en wil niet sterven.
vecht voor mijn behoud.
laat ze mijn ziel niet opeisen.

ik zal je kussen,
mijn lief … tot de
dag begint.
jou warm houden
tot de dag begint,
maar ga nu

eerst maar eens rusten.

mijn lief,
ik kuste jou
afgelopen nacht.
had mijn armen
om jou heen.
je glimlachte.

het is ’s ochtends.

zal je niet ontwaken.
slaap maar lekker door.

ik zag
de spoken
vertrekken
bij daglicht.

ik kus je, je hebt mijn
warmte niet meer nodig.

.

 

mp

Noordereiland

J. Eijkelboom

.

Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was een Nederlandse  dichter, journalist, schrijver en vertaler van onder andere werken van Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Op 3 maart 2001 werd hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter. Eijkelboom schreef en publiceerde verschillende dichtbundels en in 2002 werd een verzamelbundel uitgegeven onder de titel ‘Tot zo ver’. Hierna zou hij nog twee dichtbundels publiceren.

Uit zijn bundel ‘Het lied van de krekel’ uit 1996 komt het gedicht ‘Noordereiland’. Dit gedicht gaat over het Noordereiland in Rotterdam,  een eiland in de Nieuwe Maas, verbonden door de Willemsbrug en Koninginnebrug.

.

Noordereiland

.

Toen, in die hoek

waar eerdere wind dood blad had vergaard

bracht onverhoeds een stormvlaag werveling teweeg

die als een bruine tol de lucht inging.

.

En uit de top daarvan

ontsprong vervolgens een fontein, een zwerm

voorheen verscholen, luid

kwetterende mussen.

.

Ze leken meer te twisten dan te zingen.

Toch hoorde ik in al dat leven

de leeuwerikjes van de winter

.

 

Eigenzinnig erotisch gedicht

Gerrit Achterberg

.

Lezend in ‘de verzamelde gedichten’ van Gerrit Achterberg, uitgegeven in mijn geboortejaar, kwam ik het prachtige gedicht ‘Concave’tegen. Oorspronkelijk verschenen in de bundel ‘Energie’ uit 1946.

Nu wist ik niet wat Concave betekent dus even opgezocht voor mijzelf en jullie.

Concave of Concaaf is een ander woord voor hol (het tegengestelde van bol of convex). Voorbeeld: de concave kant van een schaal is de binnenkant; de buitenkant noemen we de convexe kant.

Met deze wetenschap lees je het gedicht al iets anders maar feit blijft dat het natuurlijk gewoon een heel mooi voorbeeld is van hoe een erotisch gedicht (ook) kan zijn.

.

Concave

.

Liggend twee heilige heelallen in elkander,

hoor ik mijn hemel in uw hemel schallen,

voel ik mijn ronding in uw ronding ballen,

schuif ik bedachtzaam bolsegment

na bolsegment langs uwe klingen

zonder in u te dringen;

wij hebben eender middelpunt.

.

energie

achterberg

Gerrit Achterberg (1905-1962). Collectie Letterkundig Museum. Den Haag.

Eervolle vermeldingen Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016

Uit het juryrapport

.

Behalve de drie prijswinnaars heeft de jury ook drie eervolle vermeldingen gedaan. Wie het zijn lees je hier.

JURYRAPPORT ONGEHOORD 2016 (voorgelezen door Peter Swanborn, jurylid)

 

Zoals u weet, zijn er dit jaar maar liefst 168 gedichten voor deze wedstrijd ingestuurd. De vijf bestuursleden van Stichting Ongehoord hebben hieruit een eerste selectie gemaakt, en zo een shortlist samengesteld, al was het eerlijk gezegd wel een tamelijk lange shortlist van maar liefst vijftig gedichten.
Deze shortlist is geanonimiseerd naar de jury gegaan. En de jury, dat zijn Marieke van Leeuwen, Manuel Kneepkens, die beiden hier helaas niet aanwezig kunnen zijn, en ikzelf. We hebben de gedichten dus gelezen zonder te weten wie de schrijver of schrijfster was. Strikt genomen gaan de drie prijzen die we vanmiddag uitreiken, dus naar de gedichten. Net zoals het bij de landelijke Turing wedstrijd gebeurt.
Welnu, de jury heeft de shortlist van vijftig gedichten met aandacht en veel plezier gelezen. Niet in de laatste plaats omdat het niveau van de shortlist hoog was. Mooie strofen, mooie zinnen kwamen we meer dan eens tegen. Laten we een paar voorbeelden geven die wat ons betreft een eervolle vermelding verdienen.

 

zoals je adem steeds maar weer dezelfde weg zoekt

en dan zomaar op een dag stokt – je weet niet wanneer

of wat de nieuwslezer bezield heeft op deze dag

en of het nog nut heeft een tandarts te bezoeken

 

Dit was de laatste strofe uit: deze dag van Annette Akkerman, een gedicht over verbazing, over vervreemding over de dingen die alledaags kunnen zijn. Over het bewustzijn dat alles zomaar, op elke dag, afgelopen kan zijn.

 

Of anders de eerste strofe uit: De lente komt … van René Hoevenaren  een gedicht zonder clichés, en dat is bijzonder voor een gedicht over de lente. In dit gedicht is de lente, geboorte, ook wreed.

 

De tempelgeesten in de haag, heggemus en vink,

hebben bewegingsdag voorspeld. Ze voelden het gefluisterd breken

zoals een kussensloop wel knispert, bevroren aan de lijn,

rigor mortis uit nachtelijke adem.

Het piepen komt pas later.

 

Ook bijzonder was het gedicht met als opmerkelijke titel:  loopje van Moniek Spaans, een gedicht over ‘hersenschimmen en onrustige gedachten’ : het beschrijft een kort spreekuur, waar je te horen krijgt dat de kwaal bij het leven hoort, dat je naar huis kunt gaan. Ik citeer:

 

het zijn niet de benen

maar het is uw hoofd dat lijdt

aan het restless legs syndrome

 

het zijn uw gedachten

die een loopje met u nemen

.

d2

Derde prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016

Wouter Veldboer

.

De derde prijs van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd ging naar Wouter Veldboer met het gedicht ‘(G)razende wolven’. De jury schreef in haar juryrapport over dit gedicht:

Dit is een van de weinige gedichten waarin echt met taal gespeeld wordt.
Zowel met woorden als met bestaande uitdrukkingen. Over ieder woord is nagedacht.
Aan de hand van een eenvoudig beeld, een wolf te midden van schapen, wordt iets wezenlijks over de menselijke natuur gezegd.

.

(G)razende wolven

door meer dan alleen
wol geverfd
wolf geworden

eenmaal beland
onder schapen
is het moeilijk

tanden in de bek te houden
ook al voeden we ze braaf
water loopt

in een universele taal
klinkt de wens
om meer dan alleen

gras

.

wouter_veldboer

img_5974

 

Tweede prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016

Hans Franse

.

De tweede plaats van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016 was voor Hans Franse. Hans was niet aanwezig want in Italië op een berg maar juryvoorzitter Peter Swanborn las het gedicht van Hans voor tijdens de uitreiking. De jury schreef in haar rapport over het gedicht van Hans:

Het gedicht is een geestige schildering van een klein Italiaanse restaurant waar grootmoe achter de pannen staat en kleinzoon de borden rondbrengt ‘met een vinger in het vlees’. Zo’n goed getroffen detail , maakt  als het ware, dat je jezelf meent er te zitten ‘achter de bistecca’. Het gedicht is genoeglijk van sfeer, maar weet de oubolligheid te vermijden die bij dit soort onderwerpen altijd op de loer ligt.

.

Italiaans restaurant in de buurt van Napels

 

De keuken van oma,

bejaarde hogepriesteres in een bloemetjesschort,

ligt in het centrum van het oneindig heelal .

Uit de kathedraal met gebrandschilderde pannen

stijgen magische  geuren tot over de Melkweg:

knoflook overweldigt van pool naar pool

Terwijl ik de wijn  langs mijn hemels palatum

laat tasten, en  engelen voel langs de tongpapillen

draagt Kleinzoon klunzig en stuntelig  borden rond,

zijn duimafdruk  leesbaar in  het vlees

van het  beste varken uit de hele buurt:

oma keurde het zelf, stond, oog in oog met wat

later een bisteccha zou zijn.

De koffie-van het huis- verplaatst mij naar de hemel,

terwijl buiten een dieselbus, hoestend, puffend,

knarsend , piepend en stinkend optrekt .

denk ik dat deze mij toch naar het paradijs begeleidt.

.

013-1

Winnaar Ongehoord! Poëzieprijs 2016

Hein van der Schoot

.

In een sfeervolle foyer van het Bibliotheektheater in Rotterdam verzamelde zich zondagmiddag vele dichters die hadden meegedaan aan de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016. Het thema van de wedstrijd ‘Verwachting’ kon van de vele gezichten worden afgelezen. Wie zou de winnaar worden? Terwijl men vol verwachting de zaal betrad speelde Dwaalkat haar eerste nummer.

De jury bestond dit jaar uit drie ervaren dichters: Marieke van Leeuwen, Manuel Kneepkens en Peter Swanborn. Helaas waren Manuel en Marieke verhinderd maar Peter nam namens de jury de honneurs waar. Dit jaar hadden 169 dichters de moeite genomen om een gedicht in te sturen. Van deze 169 gedichten waren er 50 geselecteerd door het bestuur van Ongehoord! op de shortlist. Omdat dit de vijfde editie was en dus het eerste lustrum kreeg na de opening door de presentator van dienst, de winnaar van de allereerste editie van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd Hervé Deleu het podium. Hij droeg het gedicht ‘Menen-Rotterdam’ voor.

Daarna kregen de dichters de gelegenheid om hun gedicht in het Bibliotheektheater voor te dragen. Een groot deel van de dichters maakte van deze gelegenheid gebruik en in drie rondes werden de gedichten voorgedragen afgewisseld door de prachtige zang van Dwaalkat.

Na de gedichten was het de beurt aan Peter Swanborn namens de jury. De jury was verrassend eensgezind over de keuze van de drie winnaars. Uiteindelijk koos de jury voor het gedicht van Hein van der Schoot als het winnende gedicht. Nummer twee werd Hans Franse die helaas niet aanwezig kon zijn (zijn gedicht werd door Peter Swanborn voorgedragen) en de derde prijs viel Wouter Veldboer ten deel.

Over het winnende gedicht van Hein van der Schoot schreef de jury: In dit gedicht voel je de vervreemding, het tussen twee tijden, twee werelden bewegen. Het inleven in een varken dat geslacht wordt, maakt de directe omgeving, de nonkels en tantes, tot een dreigende meerderheid. Er is geen ontsnappen aan: ‘Ge zit gevangen in uw lijf’.

.

ge zat op uw bed, de dag te laat de nacht te vroeg

 

ge wist van de kelder de zolder, de ene sok de andere

en door de deur hoorde ge honderden vaders moeders

en bromberen net als vorige week en toen en toen

en buiten, nou ja buiten, de buik deed zeer, zeer

 

hoe het varken door zijn poten zakte en u aankeek

hoe het misschien droomde en ge zelf droomde dat ge

slappe benen zou krijgen en dan opengespalkt op de ladder

en al die nonkels en tantes die balkenbrij eten

 

een tuimelend hoofd met bloedspetters en strepen op de cementen

vloer en d’n papa die morse kan lezen maar dat ge zelf in uw lijf zit en

dat daar niemand u uit kan halen en dat er een brug is en een vallei

en hopelijk alles een kwestie is van goed zwiepen

.

img_5973

Herve Deleu draagt ‘menen-Rotterdam’ voor.

img_5975

Dwaalkat vermaakt en ontroert het publiek.

img_5978

Peter Swanborn deelt het juryrapport en de prijzen uit

img_5980

Derde prijs winnaar Wouter Veldboer, Peter Swanborn en winnaar Hein van der Schoot

.

Morgen en overmorgen de gedichten en  juryrapporten van de tweede en derde prijs, donderdag volgen dan nog de eervolle vermeldingen.

 

%d bloggers liken dit: