Het onvermijdelijke

Death wants more death

.

Vrijdag jongstleden ontvingen we bericht dat Derrel Niemeijer, dichter, bijzonder mens en powezievriend ernstig ziek is. Hij heeft slokdarmkanker met kwaadaardige uitzaaiingen naar lever en maag. Jullie mogen me geloven dat, toen ik het las, ik blij was dat ik alleen was want ik heb de hele kamer stijf gevloekt. De dood is onvermijdelijk maar tegelijkertijd zo oneerlijk, vilein en onverwacht en natuurlijk weet ik dat Derrel er nog is, maar ik heb in (te) korte tijd al twee mensen die ik liefhad verloren aan kanker en daar word je wel realistisch van.

Ik vind dat Derrel in deze moeilijke tijd aan alle kanten moet voelen en merken dat er mensen zijn die hem in hun hart hebben gesloten. Ook ik heb dat gedaan. Ik weet nog de eerste keer dat ik hem tegenkwam, ik vond het maar een raar mannetje maar wel een die iets bijzonders bracht, iets dat je niet veel ziet, iets volledig authentieks. In de loop van de tijd ben ik Derrel zeer gaan waarderen, zijn bijzondere poëzie, zijn liefde voor het woord en zijn vriendelijke speelsheid.

Om hem een hart onder de riem te steken moet je met poëzie komen. Poëzie die hij kan waarderen en waarvan hij de boodschap kan vatten. Ik denk (en hoop) dat dit gedicht van Charles Bukowski een glimlach bij hem zal kunnen ontlokken. De dood is onvermijdelijk, voor ieder van ons,  maar laten we toch vooral proberen die zelfde dood te tergen, te irriteren, uit te dagen en wie weet tijdelijk te overwinnen.

.

Death Wants More Death

death wants more death, and its webs are full:
I remember my father’s garage, how child-like
I would brush the corpses of flies
from the windows they thought were escape-
their sticky, ugly, vibrant bodies
shouting like dumb crazy dogs against the glass
only to spin and flit
in that second larger than hell or heaven
onto the edge of the ledge,
and then the spider from his dank hole
nervous and exposed
the puff of body swelling
hanging there
not really quite knowing,
and then knowing-
something sending it down its string,
the wet web,
toward the weak shield of buzzing,
the pulsing;
a last desperate moving hair-leg
there against the glass
there alive in the sun,
spun in white;
and almost like love:
the closing over,
the first hushed spider-sucking:
filling its sack
upon this thing that lived;
crouching there upon its back
drawing its certain blood
as the world goes by outside
and my temples scream
and I hurl the broom against them:
the spider dull with spider-anger
still thinking of its prey
and waving an amazed broken leg;
the fly very still,
a dirty speck stranded to straw;
I shake the killer loose
and he walks lame and peeved
towards some dark corner
but I intercept his dawdling
his crawling like some broken hero,
and the straws smash his legs
now waving
above his head
and looking
looking for the enemy
and somewhat valiant,
dying without apparent pain
simply crawling backward
piece by piece
leaving nothing there
until at last the red gut sack
splashes
its secrets,
and I run child-like
with God’s anger a step behind,
back to simple sunlight,
wondering
as the world goes by
with curled smile
if anyone else
saw or sensed my crime

.

dn

Geplaatst op 10 oktober 2016, in Favoriete dichters en getagd als , , , , , , , , , , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. 1 reactie.

  1. Mijn gedachten zijn bij je vriend en zijn beminden!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: