Nieuw gedicht

Met vis op weg

.

De makreel ligt in

het midden

van de weg

.

op het fietspad

twee haringen, nieuwe

haringen

.

Daarnaast het voetpad

met een bokking

nee

een scholletje, een

gebakken scholletje

.

voor de paling

is dit keer

geen plaats gereserveerd

.

Geplaatst op 25 juni 2012, in Gedichten en getagd als , , , , , , , , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. 5 reacties.

  1. Prachtig poëtisch geschreven! Ritmisch en vloeiend op papier gezet.
    De gelaagdheid is bij eerste lezing niet merkbaar, pas bij nadere beschouwing dringen diepere betekenissen zich aan de lezer op.
    De makreel in het midden van de weg spreekt nog voor zich, de haring echter is zonder uitjes en mist een paar schijfjes augurk, daardoor wordt de verlatenheid van de dichter zichtbaar. Pijnlijk haast, als een rauwe kreet geslaakt onder een spoorviaduct, vervolgens gesmoord door het denderende kabaal van de vrachttrein van 22.35 uur uit Rotterdam. Gekmakend haast, je gaat er van kokhalzen.
    De bokking die uiteindelijk een gebakken scholletje blijkt te zijn is een metafoor voor de veranderingen die wij in het huidige tijdsgewricht moeten ondergaan. Is de euro de euro nog wel, en is er oorlog op komst in het al zo lang vredige Europa? Wie is zichzelf nog?, lijkt de dichter hier te zeggen.
    De paling ten slotte. Ach gut, die paling! Grijpt er altijd naast. Maar wordt zelf ook nooit gegrepen, laat staan begrepen.
    Alle vissen zijn onderweg. Onderweg naar morgen, onderweg naar de toekomst. Onderweg naar een betere toekomst. Waarin alles anders zal zijn. Zelf hebben ze al aangetoond dat je altijd kunt veranderen. Ze hebben het water, de zee, de golven verlaten en passen zich aan bij de omstandigheden. Moeizaam, moeilijk, maar niet tevergeefs. Er is en blijft altijd hoop, zegt de dichter in deze fraai opgetaste woordreeks.
    Wouter van Heiningen heeft met vis op de weg een verfrissende stap gezet. Een stap waarvan uiteindelijk de afdruk onuitwisbaar zal blijken te zijn.

    Ger Belmer .

    • Ha Ger,

      Ja ik vond het tijd worden voor een absurd gedichtje. Je hoort of leest weleens gedichten waarvan je denkt: waar gaat het eigenlijk over? Dat zelfs na veel peinzen en denken je nog steeds geen idee hebt. Ik denk dan dat het gewoon nergens over gaat. Zomaar, als gewichtigdoenerij of als absurdisme. Dat kan ik ook dacht ik en voila.
      De diepere gedachten die je erbij hebt kan ik zeer waarderen, ik heb er erg om moeten lachen 😉
      Waarvoor dank.

  2. Dag Wouter,

    Valt me alles mee dat je mijn reactie zo vrolijk opvat. Eerlijk gezegd vraag ik me bij jouw andere werk ook wel eens af waar het over gaat. Bij dat visgedicht had ik dan ook niet het gevoel met satire te maken te hebben. Sorry hoor.
    Misschien snap ik in het algemeen niet goed wat nogal wat vrije dichters met hun poëzie bedoelen. Of misschien zit er wel helemaal geen bedoeling achter en gaat het om de klank, het ritme of de mooie taal.
    Ik hou van duidelijkheid en vind dat er een heleboel te vertellen valt. De wereld is vol verhalen, kijk maar om je heen. Vang ze op en doe er wat mee. Verwerk ze, geef er je mening over of laat je inspireren.
    ‘Er had net zo goed iets totaal anders kunnen staan’, denk ik als er weer eens een bekroond stukje poëzie van een bekroonde dichter naar buiten komt. Het sprookje van de kleren van de keizer wordt in die kringen veel opgevoerd.
    Nog nooit hebben de wereld en het leven zo ingewikkeld in elkaar gezeten als op dit moment. Onduidelijkheid en onzekerheid alom. Daar zouden dichters en andere creatieve geesten juist duidelijkheid tegenover kunnen zetten; kunst moet reageren op wat er in de maatschappij leeft. Maar nee hoor, er wordt door artistiekelingen juist nog meer onduidelijkheid aan toegevoegd.
    Onderstaand werkje heb ik in iets meer dan twee minuten neergezet:

    Twee minuten

    Gegeven garen in de mond
    laat zich raden naar
    de gaargekookte les

    Hupsakee, tot later dan
    gewoontegetrouw
    gewetenloos opzitten en
    pootjes met jouw handen

    Waar de een
    zich
    voordraagt
    in de bundeltuin van Staringa
    die met haar

    ach
    wat
    een
    gelul

    (c) Ger Belmer, 2012

  3. Beste Ger,

    Wat bedoelen vrije dichters met hun poezie? Dat is een goeie vraag. Sommige vrije dichters zijn heel erg met de vorm bezig (denk aan Hanlo met Tsjilp) en andere vrije dichters zijn juist heel erg met inhoud bezig (teveel om op te noemen). Dan heb je nog vrije dichters die heel maatschappij kritisch dichten en ga zo maar door.
    Mijn poezie schijnt vrij abstract te zijn. Toch vind ik dat mijn poezie wel toegankelijk is. Misschien niet altijd alles maar het meeste heeft toch echt een aanleiding of een doel. Voorbeelden zijn Noodzaak van het gunnen (een ietwat pamflettistisch gedicht over de noodzaak van Cultuur, Open brief aan professor Rumke over de rol van religie of Mae West sofa over de bank van Dali. Misschien niet allemaal even aansprekend voor een groter publiek maar zeker niet zomaar even neergeschreven zonder aanleiding of doel.
    Met vis op weg is, zoals geschreven, een uitstapje in het absurde. Maar ook daar is iets voor te zeggen zo nu en dan. Dat het toevoegen van onduidelijkheden soms absurde vormen aanneemt waardoor de leesbaarheid of het begrip van een gedicht ernstig in het geding komt, ben ik met je eens. Met name in hermetische poezie is dit erg. Daar heb ik dan ook niets mee.

  4. Joris Lenstra heeft voor Meander een aardig stuk geschreven over hermetische poezie en hoe dit te interpreteren. Dat vind je hier: http://meandermagazine.net/leesmaar/tekst.php?txt=3573

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: