Waterman

Hans Dorrestijn

.

Toen ik de bundel ‘De liefde wandelt vreemde wegen’ van Hans Dorrestijn aan het doorlezen was, op zoek naar passende gedichten voor de zondagen in februari, kwam ik een gedicht tegen waarvan ik meteen wist; dit wordt hem. Als Waterman hoef je dan eigenlijk niet eens verder te lezen. Dat heb ik natuurlijk wel gedaan en ook daarom hier het gedicht ‘Waterman’.

.

Waterman

.

Kijk, daar zwemt waarachtig Tristan van de Woude,

de beroemde waterman. Die maakt zijn sterrenbeeld waar.

Hij doorliep het aquarium in slechts twee jaar

en deed toen examen en slaagde cum laude,

summa cum laude welteverstaan.

En toen is hij onder water gegaan.

.

Een briljante student, maar te geniaal.

Een viskundig genie dat in zijn vak is verdwenen.

Mij heeft zich verloofd naar verluidt met een moeraal.

– De naam in ’t Latijn klinkt veel beter: murene –

.

Dat was vreemd, heel erg vreemd al met al.

Tristan met zijn hangsnor lijkt op een heel ander soort vis.

Uiterlijk vertoont hij meer overeenkomst met een meerval

(Siluris glanis).

Maar wie ben ik om hierover scherp te slijpen:

genieën zijn er om niet te begrijpen.

.

visman

                                                 Beeld: Visman in Deventer van The Space Cowboys (Paul Keizer en Albert Dedden)

Nieuwbouw

Koos Smit

.

In de jaren zestig van de vorige eeuw was Koos Smit wethouder in Maassluis. Na beëindiging zijn wethouderschap werd een sporthal naar hem vernoemd. Na zijn overlijden een paar jaar geleden kreeg ik van een oude vriend van Koos Smit (Co Visser) een aantal gedichten van zijn hand. Ik wist dat Koos ook actief was als dichter, eind negentiger jaren trad hij al eens op in het plaatselijke theater in Maassluis met zijn poëzie.

Ik weet niet precies wanneer het gedicht ‘Nieuwbouw’ is geschreven maar ik denk ergens in de jaren ’70 – ’80 toen er veel nieuwe huizen werden gebouwd in Maassluis.

.

Nieuwbouw

.

Huizen staan overdwars

in gevelrij

uit waterpas. de hoeken

kijken uit ramen in

achterkamers uit

achterkante spiegels.

Kelders staan gestapeld

op daken die onder A.P. liggen.

Straten lopen uit in

rioolputten die

borrelend uit schoorstenen

zwakstroom puimen.

Sleutels ontbreken –

sloten staan scheef in kozijnen

van ramen. Achterom

hangen gesloten deuren

tegen geeuwende verlatenheid

van binnenplaatsen.

Bomen staan met wortels

tegen hemel. Kortsluiting

giert door gekrulde gootpijpen

echo’s van rampzaligheid.

.

nieuwbouw

Herman de Coninck

Zoals dit eiland van de meeuwen

.

Lezend in de gedichten van Herman de Coninck, kon ik het toch niet laten weer eens een gedicht van hem te plaatsen. Het mag ook wel weer een keer, ik weet dat Herman nog altijd vele liefhebbers en fans heeft. Daarom,  en omdat ik wonend vlak bij zee, iets heb met meeuwen, het gedicht ‘Zoals dit eiland van de meeuwen’ uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991.

.

Zoals dit eiland van de meeuwen
is en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand,

zo is dit eiland van de meeuwen
en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand.

.

seagull-788361_960_720

De uitvreters

Wintertuin literaire productie 2012

Vandaag niet direct uit mijn boekenkast maar toch zeker uit een kast, de krant van Wintertuin Literair Productiehuis uit 2012 ‘De uitvreters’.  Naar een idee van Frank Tazelaar werd in dat jaar een krant uitgegeven met daarin een groot aantal deelnemers aan de Schrijfwerkplaats die onder de noemer ‘Literaturjugend’ actief was. Maandelijks kwamen jonge, talentvolle schrijvers en dichters bijeen in Nijmegen in de werkplaats om om voor te dragen uit werk dat nog niet af was. Ze kregen daarbij feedback van elkaar en van redactieleden van Wintertuin.

In deze krant een aantal voor mij bekende namen als Rinske Kegel, Elfie Tromp, Dennis Gaens, Tim Pardijs en Eva Mouton, die ik los van elkaar zelf programmeerde op podia van Ongehoord! of tegenkwam via mijn werk in de bibliotheek, deze website of via een andere poëzielink.

Uit ‘De uitvreters’ heb ik voor het gedicht ‘De verlosser’ van Rinske Kegel.

.

De verlosser

.

De tafel is tegen het plafond geplakt

eten doen we van de vloer

de stoelen bungeklen in het raamkozijn

het glas is eruit, de sneeuw is warm

alles voorspelt iets anders

.

Dit jaar is de verlosser vroeg

hij opent jampotjes, dichte deuren, monden

uit de kraan komt pompoensoep

en morgen tomaten

.

voorzijde-krant-de-uitvreters

 

Stadsdichter Rotterdam

Hester Knibbe

.

In 2015 en 2016 was Hester Knibbe stadsdichter van Rotterdam, een titel die ze zeer onlangs overdeed aan Derek Otte. Bij de overdracht van de stadsdichterstitel kregen de aanwezigen, waaronder ik, de bundel ‘Stadsdichter’ cadeau. De bundel bevat alle stadsgedichten uit haar stadsdichterschap. Met poëzie voor o.a. verlaten kunstwerken, stadstuinen op wolkenkrabbers, Rotterdam viert de stad en asielzoekers in de Beverwaard lees je Rotterdam in de afgelopen twee jaar door de ogen van de dichter.

Bij de 550ste geboortedag van Desiderius Erasmus Roterodamus en de uitreiking van de Erasmuspenning aan Henk Oosterling schreef zij het gedicht ‘Erasmus aan zee’.

.

Erasmus aan zee

.

Bijeengeraapt

zooitje aangespoeld

schepsel. sponskop met dito baret om

al te gezouten gedachten tussen de oren

te houden, zie mij hier zitten, narrig

,

starend over mijn baker. Uit de diepte

ben ik getogen, heb ik eeuwige

deining gekend, de preken van vissen, ben

doordrenkt op het land uitgespogen. Nu

.

blootgesteld aan de schraalte hierboven

verdrogen mijn sappige spinsels tot kleine

kristallen die verregenen zullen; ik ben

.

het zout der aarde terwijl mijn poreusheid wind

verzamelt die plukt aan mijn vormsel, mij opnieuw

wil verstrooien, denker en dwaas in mij doven.

.

hk

Nachtroer

Charlotte Van den Broeck

.

Sommige dichters gaan harder dan anderen. Waar dat aan ligt is soms moeilijk te zeggen. In het geval van Charlotte Van den Broeck (1991) is dat zeer waarschijnlijk te danken aan haar nieuwe bundel ‘Nachtroer’. Deze bundel is haar tweede bundel en ze lijkt nu ook in Nederland voet aan de grond te krijgen met deze door De Arbeiderspers uitgegeven bundel. Haar debuutbundel  ‘Kameleon’ werd bekroond met de Herman de Coninck debuutprijs.

Nachtroer verwijst naar de naam van een Antwerpse nachtwinkel en vormt daarmee het vertrekpunt van deze bundel. De bundel begint met 8, in Romeinse cijfers genummerde gedichten van 8 terug werkend naar 1, waarna Nachtroer begint.

Charlotte Van den Broeck studeerde taal- en letterkunde aan de Universiteit Gent. Momenteel studeert ze woordkunst aan het conservatorium van Antwerpen.

Ik koos uit de bundel ‘Nachtroer’ voor het gedicht ‘Wrijfklank’.

.

Wrijfklank

.

Een stap naar links

en je valt buiten de bladspiegel, lig daar

buiten ogen om, buiten schreeuw en leugen om

.

lig daar tussen al wat bleek en slapend is en niet

geschreven wordt en blijf

 .

liggen, stil en alsof

en slijtvast op de naad

die loopt tussen slagader en verhaal

.

je moet nog zoveel mensen voor me zijn

je moet nog

.

cvdb

Hoe een zee een woord werd

Antoinette Sisto

.

Vorige week zaterdag mocht ik bij de presentatie van Antoinette Sisto van haar nieuwe bundel ‘Hoe een zee een woord werd’ een aantal gedichten voordragen. Een paar uit haar nieuwe bundel en een paar van mezelf. Op deze mooie middag in Perdu in Amsterdam stonden ook op het programma: Herbert Mouwen (met een voordracht over het werk van Antoinette), Gerda Posthumus, Katelijne Brouwer, het muzikale duo Hoed en de Rand en er was een gesprek met Antoinette door Will van Sebille.

Zeer binnenkort een recensie van deze nieuwe bundel maar nu alvast een gedicht uit de bundel die ik in Perdu heb voorgedragen.

.

Een kwestie van tijd

.

We horen onszelf dingen zeggen

een smoes bedenken, anekdotes vertellen

naakt is het timbre van onze stem

al geven we ons niet bloot

.

we dichten elkaar betekenis toe

in een later ver van hier

wij zingen onszelf van binnen moe

.

dat is wat we doen

we zingen ons

een park in Beijing

een meer in Toronto

een kapotte brug in de binnenstad van Praag.

.

De val van een terloopse speld

blijft zo mijn enige hoop

met pijn in onze buik

iedere gêne

van onbeholpen leegte weglachen.

.

Laten we afspreken

dat het nooit te laat is.

.

asisto

Foto: Rob Hilz

 

Hoe het niet moet

Dichter van de maand

Lees de rest van dit bericht

Misschien moet alles eerst op tekening hersteld

Alja Spaan

.

Dichter Alja Spaan ken ik al jaren. Ooit was ik haar vriendelijke lezer, ik droeg voor bij haar thuis bij Alkmaar Anders, in haar huiskamer atelier, ze droeg voor het eerst voor op een podium van Ongehoord! (dat wist ik toen niet) en later nog eens en we brachten samen een bundel uit ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ in 2010 met prachtige illustraties van schilder-tekenaar Pierre Struys. Later won ze niet alleen de tweede prijs van de Turingwedstrijd maar ook won ze de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd in 2015 en stond ik op haar podium van Reuring.

En dan is er nu haar nieuwe bundel ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld worden’, mooi uitgegeven door uitgeverij Watervis. Feitelijk is dit haar debuut als solodichter (eerder gaf ze ook al een andere bundel met Nina Barhorst) zo staat voorin de bundel maar volgens mij is dat haar bundel ‘De hand de beweging laten maken’. Omdat ik haar als mens en dichter goed ken, omdat ik haar ‘geschiedenis’ redelijk goed ken ( het overlijden van haar moeder, haar verhuizing naar Sint Pancras en de geboorte van haar eerste kleinzoon Scott David aan wie deze bundel is opgedragen) is het lezen van deze bundel voor mij een echt feest. Soms een feest van herkenning, dan weer een feest van poëtische vervoering, ontroering en genieten.

Waar in onze gezamenlijke bundel Alja nog niet een echte vaste dichtvorm had, daar heeft ze in de afgelopen jaren een heel duidelijk herkenbare stijl ontwikkeld waar ze bekend mee is geworden en die breed gewaardeerd wordt. Alle gedichten in deze nieuwe bundel bestaan uit strofen van twee zinnen of drie zinnen (de meeste twee zinnen) waarin, in een bijna vloeiende stijl, alsof het één lange zin is, het gedicht zich ontvouwt.

Prachtige beelden, zinnen en situaties schotelt Alja ons voor, steeds met een grote warmte en gevoel voor haar onderwerpen, de mensen in haar poëzie en de situaties die ze beschrijft. Zoals over haar moeder in ‘Koek’:

 

Ik zie haar weer in de winter, onherstelbaar

en zo half, naar opzij gevallen, niet meer

schuilend, zo laag bij de grond.

.

Of over haat terugkeer naar de stad, het vertrek uit het dorp van haar jeugd in ‘De echo’:

.

Niets is nog van mij of alles is verdeeld onder de

achterblijvers. Er hoefde niet

.

gedobbeld te worden. Mijn kleding gebukt onder

vele lagen stof, doordrenkt van

.

stadsdamp en snelverkeer, honderd mensen op een

vierkante meter.

.

In vier hoofdstukken met titels als ‘Opnieuw is de stilte weer oorverdovend, Alle portretten zijn levend geworden, Kokette neigingen en Ze is nog altijd bereikbaar geeft Alja ons een intiem kijkje in haar wereld. Een wereld die niet groots en meeslepend is maar voelt als een warm bad waarin je heel makkelijk wordt meegezogen. Dergelijke bundels laten je deel uitmaken van de kleine intieme wereld van Alja en nodigen je uit tot herlezen, keer op keer.

In het gedicht ‘Een andere prestatie’ komt haar huis in Alkmaar langs, de lange woonkamer met de hoge wanden waar je je bij binnenkomst meteen welkom en thuis voelde.

.

Een andere prestatie

.

Nu pas mis ik mijn witte, hoge wanden

voorgoed. In dit poppenhuis

.

waar rondom de bomen dunner worden,

de straat dichterbij terwijl

.

de hemel steeds verder lijkt, blijven de

korte muren vochtig, een

,

blauwzwarte tekening volgt als een ader

mijn melkwit lijf, achter

,

de kast waarin mijn schriften liggen, groeit

een grijze boom, dik

.

dit keer. De woorden liggen gelukkig nog

droog in hun bedding,

.

wat ze bedoelden lijkt in het vorige huis

achtergebleven te zijn, alsof

,

geschreven op die hoge witte muren die

in de storm blijven staan.

.

as

 

Magical Mystery Tour

Charles Bukowski

.

Mocht je denken dat deze blog over The Beatles gaat, helaas, dat is niet het geval. De titel doet wellicht iets dergelijks vermoeden maar in dit geval betreft het een gedicht van één van mijn favoriete dichters uit het Engelse taalgebied Charles Bukowski. In dit gedicht neemt Bukowski de titel letterlijk en fantaseert hij erop los over hoe zo’n mysterieuze magische rit eruit zou kunnen zien. Natuurlijk maken vrouwen en drank deel uit van zijn fantasie.

Behalve de tekst van Magical Mystery Tour ook een video waarin Tom O’Bedlam het gedicht voordraagt.

.

Magical Mystery Tour

.

I am in this low-slung sports car
painted a deep, rich yellow
driving under an Italian sun.
I have a British accent.
I’m wearing dark shades
an expensive silk shirt.
there’s no dirt under my
fingernails.
the radio plays Vivaldi
and there are two women with
me
one with raven hair
the other a blonde.
they have small breasts and
beautiful legs
and they laugh at everything I
say.

as we drive up a steep road
the blonde squeezes my leg
and nestles closer
while raven hair
leans across and nibbles my
ear.

we stop for lunch at a quaint
rustic inn.
there is more laughter
before lunch
during lunch and after
lunch.

after lunch we will have a
flat tire on the other side of
the mountain
and the blonde will change the
tire
while
raven hair
photographs me
lighting my pipe
leaning against a tree
the perfect background
perfectly at peace
with
sunlight
flowers
clouds
birds
everywhere.

.

cb

 

%d bloggers liken dit: