Doodsbeenderenboom

Rinske Kegel

.

In de nieuwe MUGzine, #10 die half december wordt gepubliceerd staan naast dichters Laura Mijnders en Jabik Veenbaas ook dichter Rinske Kegel (1973). Schrijver van poëzie en kort proza. Rinske heeft in verschillende literaire bladen publicaties gehad, waaronder Revisor, het Liegend Konijn, De Gids en Op Ruwe Planken. Op dichtsite Meander is een interview met haar te lezen. Ook is haar werk in verschillende verzamelbundels gepubliceerd, waaronder ‘Dichters uit de bundel; De moderne Nederlandstalige poëzie in 400 gedichten.’ Samengesteld door Chretien Breukers en Diewertje Mertens.

Daarnaast was Rinske een tijdlang Dichter bij de Dag bij het radioprogramma Dit is de Dag op radio 1 van de E.O. Waarbij ze live in de uitzending een gedicht op maat maakte en heeft ze op een aantal festivals opgetreden waaronder Dichters in de Prinsentuin en Onbederf’lijk Vers. Van Rinske zijn 4 bundels/boekjes verkrijgbaar;  twee bij uitgevers en twee gemaakt in eigen beheer. Op haar website kun je nog veel meer lezen over haar en haar werk.

Bij uitgeverij De Zeef verscheen in 2019 de bundel: ‘Als het maar en vacht heeft’. Uit deze bundel komt het gedicht ‘Doodsbeenderenboom’.

.

Doodsbeenderenboom

.

We waren er allemaal behalve hij en iedereen
zei hetzelfde en niemand wilde het horen en mijn neefje
wilde slagroom op de chocomel maar dat hadden ze niet
en hij bleef lang boos en eigenlijk waren we allemaal boos.
Boos op de koning en boos op de lakeien
ook al kregen we extra koekjes en vlogen buiten de bijen af en aan
als kleine traumahelikopters.
Onder een van de bomen in het park waar we net gewandeld hadden
lagen grote zwarte peulen, binnenin de peulen rammelde het.

.

Leesletters

Remko Ekkers

.

Ik schrijf hier vrijwel altijd over poëzie voor volwassenen en adolescenten, maar er wordt ook regelmatig poëzie voor kinderen geschreven die zeer de moeite waard is. Zo heeft in de bundel ‘Leesletters’ Elseline Knuttel vijftig gedichten opgenomen over letters, lezen, boeken, voorlezen, leren lezen, bibliotheek, boeken zonder en lezen in bed. Een bloemlezing voor jong en oud. De bundel is geïllustreerd door Ceseli Josephus Jitta en bevat gedichten van bekende dichters als Herman de Coninck, Joke van Leeuwen, Hans Kuyper en Ted van Lieshout maar ook van minder bekende dichters als Leendert Witvliet en Gerard Berends.

In de bundel, uitgegeven door uitgeverij De Inktvis in 2011, staat ook het gedicht ‘Eerste woord’ van de dit jaar overleden dichter Remko Ekkers (1941 – 2021) dat ik hier graag met jullie deel.

.

Eerste woord

.

Mijn eerste woord was r aa m.

Het hing in de eerste klas

vlak onder het raam.

Later zag ik ook d eu r.

.

Je kon naar buiten

dan waren de woorden weg

maar hun beeld zweefde

nog in mijn hoofd.

.

Ik leerde dat de letters

van het woord vrij

konden fladderen

maar deze bleven samen.

.

Tot ik een naam

gaf aan bijna alle

dingen in de klas.

het raam ging open staan.

.

Rokers voor de deuren van het ziekenhuis

Editors

.
De meeste mensen zullen geen gedicht uit hun hoofd kunnen opzeggen. Zelfs ik heb er moeite mee, wanneer ik voordraag heb ik toch echt de gedichten in geschreven vorm nodig. Maar als je vraagt aan diezelfde mensen of ze een zin of een stukje uit een gedicht kennen, zullen er veel meer dat kunnen. Vaak zijn dat zinnen uit bekende gedichten als:  ‘Denkend aan Holland, zie ik brede rivieren, traag door oneindig, laagland gaan’  van H. Marsman,  ‘En niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’ van M. Vasalis of ‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’ van Martinus Nijhoff. Dit zijn zomaar een paar voorbeelden maar waarschijnlijk ken je er zelf ook genoeg.
.
De reden dat men dit soort zinnen onthoudt is dat er iets van herkenning is, of dat een zin grote zeggingskracht heeft, of gewoon omdat een zin heel mooi en poëtisch kan zijn. Ik schrijf dit omdat ik hieraan moest denken toen ik op de radio het nummer ‘Smokers Outside the Hospital Doors’ uit 2007 van de, uit Birmingham afkomstige band, Editors hoorde. De zin ‘The saddest thing that I’d ever seen
Were smokers outside the hospital doors’ is voor mij zo’n zin. Een prachtige zin waarbij iedereen meteen een beeld heeft of een herinnering en, vaak, ook meteen een mening.
.
Reden genoeg voor mij om de tekst een helemaal te lezen en hier met jullie te delen. En natuurlijk om de clip met de muziek hier te plaatsen want naast een prachtige zin is het een bijzonder mooi nummer.  Op de website Lowlove.nl kun je meer over de achtergrond van dit nummer lezen.
.
Smokers Outside the Hospital Doors
.
Pull the blindfold down
So your eyes can’t see
Now run as fast as you can
Through this field of trees
.
Say goodbye to everyone
You have ever known
You are not gonna see them
Ever again
.
I can’t shake this feeling I’ve got
My dirty hands, have I been in the wars?
The saddest thing that I’d ever seen
Were smokers outside the hospital doors
.
Someone turn me around
Can I start this again?
.
How can we wear our smiles
With our mouths wide shut
‘Cause you stopped us from singin’
.
I can’t shake this feeling I’ve got
My dirty hands, have I been in the wars?
The saddest thing that I’d ever seen
Were smokers outside the hospital doors
.
Someone turn me around
Can I start this again?
Now someone turn us around
Can we start this again?
.
We’ve all been changed from what we were
Our broken parts left smashed off the floor
.
I can’t believe you
If I can’t hear you
I can’t believe you
If I can’t hear you
.
(We’ve all been changed
From what we were
Our broken parts
Smashed off the floor
We’ve all been changed
From what we were
Our broken parts
Smashed off the floor)
.
Someone turn me around
(We’ve all been changed
From what we were)
Can I start this again?
(Our broken parts
Smashed off the floor)
Now someone turn us around
(We’ve all been changed
from what we were)
Can we start this again?
(Our broken parts
Smashed off the floor)
.
.

Nummer 10

Jabik Veenbaas

.

Behalve dat we een geboortedag delen is Jabik Veenbaas (1959) dichter, schrijver, vertaler en filosoof. Hij schrijft in het Nederlands en in het Fries. In de nieuwe MUGzine editie 10, staan gedichten van zijn hand, evenals van Laura Mijnders en Rinske Kegel.

Veenbaas vertaalde veel filosofisch werk, maar ook veel poëzie, onder meer ‘Grashalmen’ van Walt Whitman en ‘Lyrische balladen’ van William Wordsworth en Samuel Coleridge. Veenbaas publiceerde tot nog toe acht dichtbundels, vier Friestalige en vier Nederlandstalige. Zijn meest recente bundel was Soms kijkt de aarde me aan  uit 2020. Zijn Nederlandstalige poëzie verscheen in onder meer Het liegend konijn, Poëziekrant en Hollands maandblad.

Naast poëzie van deze drie dichters bevat de nieuwe MUGzine natuurlijk een Luule en fotokunst van Esther Wijntje. Het kleinste poëziemagazine van Nederland en België verschijnt op mugzines.nl en is daar gratis te downloaden. En natuurlijk worden er van nummer 10 ook weer honderd papieren exemplaren gedrukt. Deze worden automatisch verstuurd naar onze donateurs. Ook donateur worden? Ga dan naar deze pagina.

Uit de bundel ‘Brieven aan mijn kind’ van Jabik Veenbaas uit 2007 komt het gedicht ‘de aarde’.

.

de aarde

.
de aarde, een zware geur van groen en water,
bleef me toch altijd na, ook als ik
wegdreef, met mijn spinragwieken
over de ijle, wijkende hemel

of wakker werd
in haar vorstige lente, aan een boos
en visloos diep, een ijsharde hand op mijn
knokige schouder

meer dan eens ontkwam ik
het laatste verse brood in een slip van mijn jas
dat ik verborg, een paar vluchtige stonden, in
het hazenleger van een vrouw

en tenslotte terugvond
in jouw kindergezicht, mijn boom en mijn wortel.
toen wist ik: ik was het zelf, steenoude oergrond,
broer van zon en sterren, sterk als een berg,
en ik zou jou bergen

.

Laatste keer dichter van november

E.E. Cummings

.

Het is vandaag de laatste zondag van november dus de laatste keer dat E.E. Cummings dichter is van de maand. Dit keer koos ik voor een gedicht waarin de eigenwijze manier van dichten en zijn typografisch non-conformisme, goed naar voren komt. Het gedicht zonder titel komt uit ‘XAIPE’ uit 1950.

‘Here’s a poem. If you don’t like it (taste, which some people have called ‘courage’, being a rarest virtue) please return my poem immediately. If you do like it, fine & dandy’ Met deze zinnen stuurde Cummings dit satirische gedicht over het controversiële onderwerp van de Amerikaanse buitenlandse politiek ten tijde van  de zogenaamde Winteroorlog (Finland en Nazi Duitsland tegen de Soviet Unie) ter publicatie toe. Het zou in 1944 worden gepubliceerd.

.

o to be in finland

now that russia’s here)

.

swing low

sweet ca

.

rr

y on

.

pass the freedoms pappy or

uncle shylock not interested

.

De tijdvrouw

Velimir Chlebnikov

.

In 2015 kreeg ik de bundel ‘Verzameld werk’ Poëzie 1 van Velimir Chlebnikov en ik schreef daar destijds al een stuk over. De gedichten in deze bundel van de Russische dichter Chlebnikov (1885 – 1922) zijn geschreven tussen 1904-1908 en in een vertaling van Willem G. Weststeijn.

Ik koos voor een gedicht zonder titel uit 1907 met als eerste zin ‘Ik bereikte de tijdvrouw’ of in het Russisch ‘Vremjanin ja’ omdat ik het woord ‘tijdvrouw’ zo’n bijzonder woord vind. In dit geval een vrouw die hem in zijn droom bezocht.

.

Ik bereikte de tijdvrouw,

Tijdeling, ik

En schiep met haar

Een kusogenblik.

En toen werd ik wakker

En vloog ervandoor

En dook in de diepte

En raakte te loor.

En vaardig met vleugels

Put ik de daggodin,

Uit de voorraad van het blauw

Put ik de watergodin.

.

Zwemmen

Mao Tsetung

.

In de laatste weken van 2021 wil ik regelmatig poëziebundels in mijn bezit wat extra aandacht geven. Met andere woorden; ik zal regelmatig voor mijn boekenkast gaan staan en daar een bundel uitpakken en erover schrijven.  De eerste bundel die ik pakte was de bundel ‘Poems’ van Mao Tsetung (1893 – 1976). In 2015 schreef ik al over deze bundel, toen ik deze net gekocht had in een kringloopwinkel. De bundel is uitgegeven door Foreign Languages Press in Peking in het jaar dat Mao overleed.

Dat het hier een prachtig staaltje Chinese propaganda betreft zal niemand tegenwoordig meer verbazen maar de samenstellers hebben hun best gedaan de gedichten van Mao in een breder historisch perspectief te zetten. Zo staat achterin de bundel onder de titel ‘Note on the verse form’: All the poems in this volume are written in classical Chinese verse forms. Those which carry the subtitle “to the tune of…”belong to the type of verse called ‘tzu’. The rest are either ‘lu’ or ‘chueh’ two varieties of the type ‘shih’.

In de bundel gedichten over historische gebeurtenissen (slagen, campagnes, marsen) maar ook wat gedichten over de natuur en personen. Het gedicht dat ik uitkoos is een gedicht over, wat later een historische gebeurtenis zou blijken. Mao zwemt graag en in 1956 zwemt hij onder andere de Yangtze over, waar dit gedicht over gaat. In 1966 zwemt de dan al 72-jarige Mao Zedong (zoals hij in Nederland bekend is) opnieuw de rivier de Yangtze over. Toch zo’n vijftien kilometer, vol met draaikolken en toen ook al behoorlijk smerig. Het is meer een magistraal stuk politiek theater dan een sportieve zwemwedstrijd.

.

Swimming

.

-to the tune of Shui Tiao Keh Tou

June 1956

.

I have just drunk the waters of Changsha

And come to eat the fish of Wuchang.

Now I am swimming across the great Yangtze,

Looking afar to the open sky of Chu.

Let the wind blow and waves beat,

Better far than aidly strolling in a courtyard.

Today I am at ease.

“It was by a stream that the Master said –

‘Thus do things flow away!'”

.

Sails move with the wind.

Tortoise and Snake are still.

Great plans are afoot:

A bridge will fly to span the north and south,

Turning a deep chasm into a thoroughfare;

.

Walls of stone will stand upstream to the west

To hold back Wushan’s clouds and rain

Till a smooth lake rises in the narrow gorges.

The mountain goddess if she is still there

Will marvel at a world so changed.

.

Het poëtische genie

Jacques Hamelink

.

Afgelopen woensdag, 17 november overleed schrijver, dichter en literair criticus Jacques Hamelink (1939 – 2021). Hamelink die bekendheid verwierf met zijn verhalenbundels, koos ervoor eind jaren ’70, begin jaren ’80 zijn pessimistisch proza los te laten en meer te gaan voor het schrijven van poëzie vol historische en literaire referenties, hierbij de klankwaarde van zijn verzen niet verwaarlozend. Hamelinks poëzie werd meer en meer abstract, kaal van alle persoonlijke betrokkenheid, maar nog steeds met behoud van dezelfde thema’s. Zijn werk werd al snel hermetisch gebrandmerkt. Zijn werk werd ook steeds mystieker. Zijn groeiende geloof, geleend van dichters als Paul Celan en Hölderlin, was dat poëzie zou moeten proberen het onmogelijke te spreken, en dat het falen om dit te doen haar grootsheid vormt.

Sinds het verschijnen van de bundel ‘Sacrale komedie’ (1987) is zijn werk zeer zinspelend geworden. Persoonlijke en ‘algemene’ geschiedenis versmelten in steeds strakker opgebouwde gedichten. De taal van deze gedichten verhoogt hun moeilijkheidsgraad: de auteur graaft op bestaande woorden, creëert neologismen en introduceert tegelijkertijd archaïsche woorden. Toch had Hamelink de laatste jaren een vaste groep bewonderraars van zijn werk. In 2002 (‘Zilverzonnige en onneembare Maan’) en 2008 (‘De Dame van de Tapisserie’) werden bundels van Hamelink genomineerd voor de VSB poëzieprijs.

Hamelink werd tijdens zijn leven bekroond met de Constantijn Huygensprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs en de Herman Gorterprijs.

In 1986 verscheen de bundel ‘Eerste gedichten’ en uit deze bundel komt het gedicht ‘The poetical genius’. In het gedicht komt naar de gedachte naar voren dat ‘de dichter’ weinig erkenning krijgt.

.

The poetical genius

.

Waar is de tijd, vriend van Yeats,

dat dichterskrijgshaftige, Helmers, Tollens,

of godsdienstige, Beets, Ten Hate, buiksnorren

droegen en slechts als zeehond Holst

vermomd per trein reisden, alsmaar

met doffe gedichten dreigend.

.

Verlept zijn de titels der dames

die René Rilke per hutkoffer

met zich meesleepten in het zog

van hun onirische schommelstoel, de held

slablaadjes voerend evenals

zijn rivaal de schildpad.

.

Hedentendage zit de ene poëet in de lotus.

De andere leert, in een jute zak genaaid

of bekleed met een oude pokdalige ster,

zich een nieuw patiencespel: proeven,

bij kleine beetjes, van eigen mond.

.

Controversiële diersoort

Recensie

.

Wanneer ik een poëziebundel krijgt toegestuurd om daarover te schrijven, dan verheug ik me op het lezen, het proberen te doorgronden, het analyseren van dat was is geschreven, het bekijken van de presentatie van de bundel en hoe een en ander in elkaar is gezet en opgemaakt. Tegelijkertijd hou ik van vele vormen van poëzie, van de rafelranden van wat nog als poëzie wordt gezien, van de mix tussen kunst en poëzie.

Ik schrijf dit omdat de bundel ‘Controversiële diersoort’ van uitgeverij Opwenteling eigenlijk aan al deze zaken voldoet. Als ik op de website van de uitgeverij de Opwentelmanifesten lees word ik al blij. Dit is een uitgeverij die tegendraads durft te zijn, die non-conformistisch en speels is. De vraag is dan vervolgens; is deze nieuwe bundel dit ook?

Laat ik met de uitvoering en de vormgeving beginnen. De omslag is meteen een weerslag van de inhoud, speels. ietwat chaotisch (lijkt het) maar met op de kaft de bijdragende dichters allemaal genoemd. Bekende en wat minder bekende namen. Op de achterflap een gedicht dat door de vormgeving grotendeels onleesbaar is gemaakt. Gelukkig staat voor de aandachtige lezer op driekwart van het gedicht ‘zie blz. 85’ waar het gedicht, weliswaar als onderdeel van de collageachtige paginaopmaak, te lezen is.

En dat brengt me meteen bij de inhoud. Wanneer je zoals ik, de bundel van de uitgeverij krijgt toegestuurd, zit daar een begeleidende brief bij. In deze brief wordt gesproken van een ‘vreemdfragmentarische bundel, omdat vreemdfragmentarische tijden hierom vragen’. Okay, die voorsprong heb ik maar kun je als lezer ook uit de voeten met de bundel?

Auteursnamen die wel op de omslag prijken ontbreken bij de gedichten in de bundel. Daar komt nog bij dat Arnoud Rigter en Sieger Baljon, de samenstellers van deze bundel, gedichten van de verschillende dichters, verknipt en in delen weer aan elkaar geplakt hebben. Dit geeft, zo zal je begrijpen, een nogal bevreemdend en verwarrend effect. Want wat lees ik? Waar kijk ik naar.

Opnieuw door de brief die ik van de uitgeverij kreeg, weet ik dat de gedichten van gevestigde auteurs onderling worden verknipt en tot een nieuw geheel gemaakt. Pagina’s van bestaande bundels zijn ingescand en als zodanig opgenomen. En waarom? Om de vruchtbaarheid van grilligheid te onderzoeken, om bloeddorst in de vorm van een dekhengst en omdat de mens een controversiële diersoort is. Als je de Opwentelmanifesten van de uitgeverij hebt gelezen komt dit alles je helemaal niet vreemd voor, mij niet in ieder geval.

De opmaak van de pagina’s is misschien op het eerste oog rommelig, de schaduwranden van het kopieerapparaat zijn gewoon opgenomen, evenals de snijranden van de opgeknipte gedichten. Je zou je hieraan kunnen storen maar omdat dit een experimentele bundel is, zo lees ik het tenminste, past dit juist weer heel goed bij de visie die de samenstellers hadden. En de samenvoeging van delen van gedichten bij elkaar leidt tot een bijzondere leeservaring; door de opmaak weet je dat je van een deel van een gedicht van de ene dichter overgaat naar een deel van een gedicht van een andere dichter. Op deze manier wordt (een nieuwe vorm van) poëzie gemaakt die er nog niet was. Het doet me soms denken aan stiftgedichten waar je delen van een tekst zwart maakt waardoor er iets nieuws ontstaat, alleen is dat hier niet met de stift gedaan maar met de schaar.

Wat ik ook bewonderenswaardig vind is dat de dichters, toch niet de eerste de beste, toestemming hebben gegeven om hun gedichten zonder naamsvermelding en op deze manier gepubliceerd te zien. Tel daarbij op de in stukken geknipte en fragmentarisch aaneengevoegde gedichten van Jonathan Griffioen, Daniël Vis en Maarten van der Graaff, en je hebt een moedige bloemlezing van een eigenwijze uitgeverij.

Wat ik verder bijzonder vind is het gegeven, dat ik door de begeleidende brief wat meer informatie ontvang, die de lezer moet ontberen maar dat na lezing (of vooraf als je de bundel eerst hebt doorgebladerd) de informatie krijgt hoe de bundel te lezen, waar welke gedichten van welke dichter staan en hoe de samenstellingen gelezen kunnen worden (welk deel van welke dichter is). Dat geeft deze bijzondere, experimentele en controversiële bundel ineens weer een stuk leesbaarheid en herkenning terug.

De bundel bestaat uit 5 hoofdstukken waarvan de meeste gedichten bevatten in zijn geheel. Weliswaar zonder dichtersnaam bij het gedicht maar na hoofdstuk 5 zijn daar de inhoudsopgavepagina’s en daar ligt de sleutel verborgen voor wie toch wil weten welk gedicht van welke dichter is.

Ik realiseer me dat dit bovenstaande vooral gaat over gebruik, indeling, en complexiteit van het lezen van de bundel gaat. Gelukkig is veel poëzie opgenomen in zijn geheel van dichters als Anouk Smies, Radna Fabias, Asha Karami, Roelog ten Napel, Guido Utermark en nog een aantal dichters uit het fonds van De Opwenteling.

De laatste zin uit de bundel van dichter Jo-An Westerveld zegt denk ik genoeg: Wij waren meestal de keurige mensen die je niet zag op de hoek van je straat maar daar stoppen wij nu mee.

Ik heb genoten van het lezen van de gedichten, van het uitvinden en uitzoeken van de ‘gebruiksaanwijzing’ van de bundel, van de op het eerste oog onsamenhangende samenstellingen, de collageachtige vorm, het ruwe, ongepolijste van de vormgeving. De uitgevers van deze bundel verdienen een pluim. Op deze manier poëzie uitgeven refereert aan stromingen en tijden dat er (nog) geëxperimenteerd werd met poëzie, dat vorm soms boven inhoud ging, dat je moeite moest doen om te begrijpen en dat je, juist daardoor, een bundel extra ging waarderen.

Voor wie wel van een uitdaging houdt, voor wie poëzie ook zoeken mag zijn maar vooral voor wie oprecht van mooie poëzie kan genieten is deze bundel bedoeld. Ik ben daar een van.

Uit het rijke aanbod in deze bundel koos ik het gedicht ‘Sonnet XXII’ van Roelof ten Napel dat eerder verscheen in ‘In het vlees’ uit 2020.

 

Sonnet XXII

.

soms, gepijnigd, wanneer ik aan je denk

maar je niet werkelijk voel

dan mis ik je – alsof het genoeg is

niet meer goed te weten wie je was

om te geloven

dat ik met je leven kan, leven kon,

,

alsof het genoeg is een wond te vergeten

om hem te doen helen –

 

alsof je me, met andere woorden,

niet steeds herinnert aan wie je was, voordat je

vertrok –

.

soms, pijngod, die mij mijn woede gaf, denk ik

verlangend aan je terug, voordat ik je bitter weer

doodbijt, fijnkauw, doorslik en verteer

.

%d bloggers liken dit: