Gedachten over een mogelijk einde

Heidi Koren

.

Ik ken Heidi Koren vanaf 2013 toen ze kwam voordragen bij een podium van Ongehoord! in theater Koningshof in Maassluis. Daarna was ze in 2017 één van de Poëziebusdichters en inmiddels timmert ze aan de weg als zelfstandig auteur, docent, blogger, interviewer en presentator van (literaire) evenementen. In 2015 verscheen haar debuut als dichter met de titel ‘Gedachten over een mogelijk einde’. Tegenwoordig lees ik graag haar bijdragen aan literair tijdschrift Extaze.

Op haar website http://heidikoren.nl las ik (bij de categorie Blog) een zeer goed onderbouwd en vurig pleidooi voor poëzieles op scholen. Ik kan het alleen maar heel erg eens zijn met haar redenering voor meer poëzielessen op scholen. Wat ik bijzonder leuk vond om te lezen was hoe het creatieve proces van een gedicht schrijven werkt bij Heidi. Ook ik heb een dergelijk proces (anders maar met overeenkomsten) net als elke andere dichter denk ik.

Toen ik het gedicht ‘Over deiningen en dat de meeste dingen er niet toe doen’ las, vroeg ik mezelf meteen af hoe dit gedicht toch ontstaan was in haar hoofd.

.

Over deiningen en dat de meeste dingen er niet toe doen

.

Bijna alles kun je weglaten

de lijntjes en potloden de bomen en bijlen alle ja’s

en nee’s de komma’s de hoofdletters en het knikken

de bevestiging en de ontkenning het gaan en het komen

.

ik twijfelde over de witregels

.

Het huis het harnas het bouwen en het afbreken

zelfs de moeite de dag het donker

de schaduw de schreeuw de bodem het gruis

de oever het uitzicht de hoop

.

ik twijfel over het water

.

 

Advertenties

Poëziepodia

Alkmaar, Rotterdam en Maassluis

.

Het is alweer een tijd geleden dat ik aandacht aan poëziepodia schonk. In de tussentijd zijn er weer bijgekomen, verdwenen of veranderd. Hier een drietal podia dat het al een tijdje volhoudt, voor ieder wat wils en met elk zo zijn eigen sfeer inhoud.

Reuring in Alkmaar

.

Onder de bezielende leiding van dichter en organisator Alja Spaan wordt alweer een paar jaar lang in Alkmaar podium Reuring georganiseerd. Elke maand (op 1 maand in de zomer na) nodigt Alja dichters uit in Grand café Koekenbier aan de Kennemerstraatweg 16 voor een middag met bekende en minder bekende dichters. De deelnemende dichters komen vaak uit de buurt van Alkmaar maar ook regelmatig vanuit andere windstreken van Nederland (en Vlaanderen). Helle van Aardeberg maakt elke maand een prachtige aankondiging. Toegang is gratis. Zie voor meer informatie https://reuringgedichten.nl/

.

Poëziecafé Woordkunst

.

Jaap van Oostrum, Jelle Ravestein en Henny Wesselius organiseren vier keer per jaar (februari, april, september en november) op de tweede dinsdag van de maand,  in Kevins Place aan de P.C. Hooftlaan 6 in Maassluis, poëziecafé Woordkunst. Daarnaast elk jaar een keer in een tuin in Maassluis. Er worden per podium 5 dichters gevraagd uit de omgeving maar ook van daarbuiten, er is muziek en een open podium. Toegang is gratis. Meer informatie op https://woordkunst.maassluis.nu/

.

De Poetsclub

.

Poëzie in de Schouw. Open podium. Dichters jong en oud, ervaren of beginnend zijn welkom, elke eerste woensdag van de maand, om hun gedichten voor te dragen. Wie wil optreden moet tenminste één tekst brengen die nog nooit is voorgedragen of gepubliceerd. Presentatie door Renato Miguel en Jeroen Naaktgeboren. De Poetsclub begint om 21.00 uur, toegang is gratis en je vindt café de Schouw aan de Witte de Withstraat 80 in Rotterdam.

.

Wil je steeds op de hoogte zijn van woordkunstpodia in Nederland en België, neem dan eens een kijkje op https://www.platformplank.nl/ waar 50 woordkunstpodia bij zijn aangesloten.

.

Om toch te eindigen met een gedicht, het gedicht ‘Sommige poëzie is met een…’ van Remco Campert uit ‘Alle bundels gedichten’ uit 1976.

.

‘Sommige poëzie is met een …’

.

Sommige poëzie

is met een klein mondje

nog kleinere dingen zeggen

.

erwtjes blazen naar de zon

.

net als een kleintje koffie

als je omkomt van de dorst

.

.

Gedane zaken

Nemen geen keer

.

Op de achterflap van de bundel ‘De bril van Chabot’ uit 2008, schrijft Martin Bril: “Bart Chabot is een man met vele gezichten en bekend bij menigeen. Maar zijn echte gezicht bevindt zich in zijn poëzie – en veel te weinig mensen weten dat”. Ik denk dat Martin Bril gelijk had toen hij dit liet optekenen. Martin Bril koos de gedichten in deze bundel uit het werk van Chabot (1954). Veel mensen zullen Bart Chabot kennen van zijn televisieoptreden bij vooral talkshows, van zijn verhalenbundels of van zijn (overigens zeer lezenswaardige) biografie (in meerdere delen) van Herman Brood.

Ik ken de dichter Bart Chabot al heel lang, nog vanaf de tijd dat hij helemaal nog niet bekend was. Toch lees ik zijn werk ook te weinig. Ik kwam daar achter toen ik ‘De bril van Chabot’ weer eens doorlas. De grappige, verrassende onderwerpen die Bart Chabot aansnijdt in zijn poëzie zijn bijzonder leesbaar en genietbaar. En in tegenstelling tot wat je misschien zou denken op basis van zijn (drukke) voorkomen lees ik in zijn poëzie juist veel rust.

Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘Gedane zaken (nemen geen keer)’ waaruit de creatieve en ook wel absurde fantasie van Chabot blijkt.

.

Gedane zaken (nemen geen keer)

.

onlangs kwam ik hem tegen

god

ergens

het doet er niet toe waar

op een binnenweggetje

in de ardennen

zo’n kwartier gaans

van het centrum van bomal

voor wie het met alle geweld

weten wil

.

en we raakten in gesprek

van het een

kwam het ander

u weet hoe dat soms gaat

en op een gegeven moment kwam ik hem

te spreken over zijn zoon

van hem hebben we tenslotte al een tijdlang

weinig meer vernomen

pakweg tweeduizend jaar

 

Zijn gelaat betrok

Jezus, zei ie

en vergiste ik mij

of sloop er iets meewarigs

in Zijn stem

Jezus, die had Ik jullie nooit

op je dak mogen zenden

Die eeuwige hippie

met zijn open sndalen

en zijn Love

en zijn Peace

Ach, zei ik,

en trachtte snel

een ander onderwerp te bedenken

want ik wilde de Heer

niet in verlegenheid brengen

 

Maar Hij was me voor

en zei: Nee, nee,

dat had Ik nooit mogen doen

Nee,

Ik had Mijn dochter moeten sturen

Dan was het allemaal

heel anders gelopen

 

Daarin nu

kon ik de Heer

geen ongelijk geven

.

Zondagskind

Akwasi

.

Enige tijd geleden was ik op een dag voor bibliotheekmensen en daar trad Akwasi op. Toen verbaasde ik mij al over alle dingen die Akwasi Owusu Ansah (1988) onderneemt: Hij is dichter, artiest, acteur, performer, schrijver, stemacteur, scenarist, presentator, gespreksleider, workshopmaster, eigenaar van muzieklabel Nederlands Dope en directeur van televisieproductiebedrijf Need Vision. Een multitalent kortom. Ik kende Akwasi destijds vooral als Spoken Word artiest die een geweldige performance neerzet met inhoud en toen ik hoorde wat hij allemaal nog meer deed werd ik bijna een beetje jaloers.

In de Poëzieweek was ik in de boekhandel om een dichtbundel te kopen en zag daar de bundel ‘Laten we het er maar niet over hebben’ van Akwasi. Die heb ik gekocht en in tegenstelling tot wat de titel suggereert wil Akwasi het er in deze bundel juist wél over hebben. Op de achterflap staat dan ook te lezen dat hij het er juist over wil hebben; over je haar, je geloof, je huidskleur, je familie, je verzwegen geschiedenis, je stijl, je hartkloppingen, je seksuele geaardheid, je fobieën en je achtergrond. En dat doet Akwasi in deze bundel op een hartverwarmende, soms schurend eerlijke maar altijd oprechte manier. Een bundel die je opnieuw aan het denken zet over onderwerpen waarvan je dacht dat je mening nu wel gevormd was.

Hoewel er niet echt sprake is van hoofdstukken (er is geen overzicht van te vinden in de bundel) worden er secties van elkaar onderscheiden door zwarte bladzijden met witte teksten als: Aan alle valse profeten,voel de toornen van mijn muziek, Soms zeg je met niet, al meer dan genoeg, Ik had al een donkerbruin vermoeden, Sirenes zijn ’s nachts het moois, Ik kan dit niet rijmen, Als ik vroeger had geleefd was ik vast een Marron geweest, en Geloof me niet op mijn blauwe ogen , geloof mij op mijn dreadlocks.

Omdat Akwasi (geboren op zondag betekent zijn naam in het Ashanti) zo’n veelzijdig mens is en zo’n geëngageerd dichter, koos ik voor het gedicht uit zijn bundel getiteld ‘i am not your negro’.

.

I am not your negro

.

ik ben die gast niet

ben niet wie je denkt

.

ben een mens

ik ben die gast niet

.

zie mij alsjeblieft als een man

en niet als een man van kleur

.

kijk nu eens en zie hier dan een hand

en niet een hand van kleur

.

ik ben een man van yes sir

maar ook een leeuw

dus ik kan rauw kijken

laat mij niet in mijn hemd staan

het is koud buiten

.

ik kom hier vandaan en ik zal hier hoogstwaarschijnlijk gaan

.

i am not your negro

.

niet je neger

niet je nigger

.

noem mij liever bij mijn naam

akwasi met de a van anton

en bedankt

.

dus heb je nog een vraag

dan ben ik graag je man

.

 

 

Poëzie onderzocht

Wat resultaten

.

In 2017 is een uitgebreid artikel verschenen op de Leesmonitor over poëzie in Nederland. Bronnen van dit artikel zijn het onvolprezen onderzoek dat Kila van der Starre deed naar poëzie in Nederland (2017) en gegevens van de stichting Marktonderzoek Boekenvak. Een aantal interessante gegevens wil ik uit dit artikel met jullie delen.

Allereerst is er de conclusie dat vrijwel iedereen in Nederland weleens in aanraking komt met poëzie. Maar liefst 97% van de ondervraagden geeft aan dat dit het geval is.  In de meeste gevallen is er sprake van ‘er zomaar tegenaan lopen’.  Dit kan door het bezoeken van een bijzondere gelegenheid (huwelijk, begrafenis of speech 84%) maar ook in de openbare ruimte 72%. Naast dit onderzoek is Kila van der Starre verantwoordelijk voor https://straatpoezie.nl/ waarop al bijna 2200 gedichten te vinden zijn in de openbare ruimte. Daarnaast komt men poëzie tegen op televisie 72% en in tijdschriften en kranten respectievelijk 68% en 67%. Met de aanwezigheid van poëzie en de kans er mee geconfronteerd te worden zit het wel goed dus.

Dat mensen het waarderen wanneer ze op een dergelijke manier in aanraking komen met poëzie blijkt uit het cijfer dat ze hiervoor geven in het onderzoek, namelijk een 7. Andere manieren om in aanraking te komen met poëzie zijn via het lezen van poëziebundels die men heeft gekregen 40%, het zelf schrijven van poëzie (meestal voor een speciale gelegenheid) 45%, het beluisteren van poëzie op een besloten voordracht 66%! of via Internet wanneer men er naar op zoek gaat 35%.

Als het gaat om de verdeling man/vrouw dan blijkt uit de onderzoeken dat vooral vrouwen met poëzie bezig zijn; ze komen er meer mee in aanraking, lezen meer, luisteren vaker naar poëzie, schrijven zelf vaker poëzie en zoeken meer naar poëzie op het internet. Als ik kijk naar de reacties en volgers van mijn blog dan kan ik niet anders dan concluderen dat deze cijfers op waarheid berusten. Wanneer er naar leeftijd wordt gekeken is er niet veel verschil tussen de leeftijdsgroepen als het gaat om lezen, luisteren, schrijven, delen en opzoeken van poëzie. Alleen wanneer er gekeken wordt naar bijvoorbeeld de sociale media dan blijkt dat meer jongere mensen hier mee te maken krijgen. Op zichzelf vind ik dat geen opmerkelijke uitkomst. Ook het gegeven dat mensen met een HBO-WO opleiding vaker in contact komen met poëzie kan ik nog wel plaatsen.

In tegenstelling wat je misschien zou denken, namelijk dat poëzie een heel individuele ervaring is, blijkt dat Nederlanders poëzie het vaakst in een sociale context ervaren. Dit gebeurt veelal auditief. Denk hierbij aan speciale gelegenheden (zowel zoeken naar als ondergaan).

De belangrijkste reden waarom mensen poëzie willen ervaren zijn minder verrassend. Op nummer een staat het willen ervaren en geraakt willen worden door poëzie. Op twee staat het willen opzoeken van een gedicht voor een speciale gelegenheid en op drie staat dat men aan het denken wil worden gezet door een gedicht. Tot slot blijkt uit deze onderzoeken dat naarmate men bekender is met een gedichtsoort, hoe lager men het poëziegehalte vindt. Zo is 90% bekend met Sinterklaasrijmen maar wordt dit maar door 30% of minder al hoog poëtisch ervaren. Terwijl het Poëzieweekgeschenk en de dichter des Vaderlands minder bekend zijn (respectievelijk 36% en 45%) worden deze wel in hoge mate als poëtisch beschouwd (85% of meer).

Al met al interessante onderzoeken waarin voor mij best nog een aantal verrassingen zaten. Om na al deze cijfers en onderzoeksresultaten niet zomaar te eindigen zonder ook een gedicht te plaatsen hier nog een gedicht over poëzie van Hans Andreus (1926 – 1977) uit ‘Verzamelde gedichten uit 1983, over en voor u, de lieve lezer.

.

Voor de lieve lezer

.

De woorden der gemakkelijkheid,

woorden van rose sluimer,

kamer behangen met pastelkleurige dromen,

dat is de poëzie die u lust.

.

Volièrevogeltjes wapperen er in rond

en de meisjes hebben er een zeer zoete hals

en de dichter staat nimmer voor u

dan gekleed in het bleekblauwe avondkostuum

van de maan.

.

Maar de poëzie die wil zeggen

dat ons aller broeder de mens is

een ellendige broeder,

een koude zuster,

een slaande aarde-

en wellicht ook een verre zon van liefde,

maar deze alleen te bezichtigen middels

een zwart glaasje in het oog geplant,

.

die poëzie

eet u snel tegen, nietwaar?

.

En dat slechts een kiezel

de hemel parende met de aarde kan zien

dat hoort u maar hoort u niet-

.

en vouwt de op elkaar verliefde handen

en denkt: ach ik, ach ja en amen.

.

 

de Coninck en Buddingh’

Prijs en gedicht

.

Sinds 1988 bekroont Poetry International jaarlijks het beste Nederlandstalige poëziedebuut met de C. Buddingh’-Prijs. Met de prijs beoogt Poetry International meer aandacht te genereren voor talentvolle nieuwe stemmen in de Nederlandstalige poëzie. Voor menig dichter van naam was de C. Buddingh’-prijs de eerste belangrijke trofee die in de wacht werd gesleept. Namen die me te binnen schieten zijn Anna Enquist, Marieke Lucas Rijneveld, Vicky Francken en Ilja Leonard Pfeijffer. De prijs is genoemd naar Cees Buddingh’.

In de cyclus ‘Ars poetica’ schrijft Herman de Coninck een gedicht ‘Aan Buddingh’ en in eerste instantie dacht ik dat het een soort van eerbetoon was aan de poëzie van Buddingh’. Totdat ik op de website dbnl.org een artikel las uit een ‘Tirade’ uit 1977 waarin de zaken toch enigszins anders blijken te liggen. De poëzie van Herman de Coninck werd in 1970 opgenomen in de bundel ‘Nieuw-realistische poëzie in Vlaanderen’. De nieuw realistische dichters zetten zich aan de ene kant af tegen het “welig tierende, hermetisch-duistere 50ers-epigonisme” in de Vlaamse dichtwereld. Aan de andere kant distantieerde de woordvoerder van deze nieuw realisten zich van de Nederlandse nieuw realisten zoals die vooral in Gard Sivik en De Stijl  werd gepubliceerd.

In het gedicht ‘Aan Buddingh’ spreekt de Coninck zich uit tegen dit Nederlands nieuw realisme dat volgens de Vlamingen “neutraal-objectief, onpersoonlijk en gezichtsloos informatisme” was.

.

Aan Buddingh’

.

Ik hou wel van gedichten

als gespierde kerels van behaarde

mannelijke taal, die zich krabben

waar het jeukt, die oergezond

op je afkomen en zeggen: ga zitten,

ik ben een gedicht, aangenaam, en

waarover zullen we het hebben.

.

Zulke gedichten kunnen natuurlijk even vlot

over liefde als over Vietnam praten,

en misschien zijn zij wel verantwoordelijk

voor de gezondheid van de poëzie,

zoals Limburgse boeren voor de gezondheid

van de moraal.

.

Maar ik hou eigenlijk nog meer

van een groep woorden die zich samen

plotseling bijzonder intiem gaan voelen

en zeggen: laat ons nou maar altijd

bij elkaar, er hoeft er geen meer bij te komen.

.

Martin Bril

Verzameld werk

.

Elke keer als ik een schrijver ontdek die ook gedichten geschreven heeft (waar ik geen weet van heb) ben ik weer verbaasd. Blijkbaar heeft de poëzie een enorme aantrekkingskracht op schrijvers, columnisten en journalisten. Zij die bezig zijn met de taal en met teksten komen blijkbaar altijd wel een keer op het pad der poëzie. Zo ook schrijver en columnist (1959 – 2009) Martin Bril. Bril was een veelschrijver. Tijdens zijn leven verschenen maar liefst 51 titels van zijn hand (waarvan een aantal in het begin van schrijversleven met Dirk van Weelden) en na zijn overlijden nog eens 21 postuum.

In 2002 en 2004 verschenen deel 1 en deel 2 van zijn verzamelde gedichten. In deze twee bundels veel korte puntige gedichten. En omdat in eenvoud vaak het geniale schuil gaat deel ik hier een aantal korte gedichten uit deze twee delen.

.

Credo

.

Je mist meer

Dan je meemaakt

.

Helemaal

Niet erg

.

Gemiddelde

.

Het valt niet mee

Het valt niet tegen

.

Scheepsrecht

.

Hij wou haar

Hij wou haar

Hij wou haar

.

Zij hem

Dus niet

.

Angst

.

Je doet er niets aan

.

Al wordt van hogerhand

Nog wel het

Nodige bedacht

.

Niemand is alleen

.

Gaat de boer dood

Huilen de koeien

.

Ontdekking

.

Bezoek nooit

De plaatsen

Van je jeugd

.

Ze vallen tegen

.

Net als die

Hele jeugd

.

Raadgedicht

59 dichters

.

Terwijl ik wat onderzoek deed naar een paar onderwerpen waarover ik wil gaan schrijven kwam ik de website https://raadgedicht.nl tegen. Raadgedicht is een samenwerking van Het Poëziepaleis en Rian Visser en wordt ondersteund door De Poëzieweek, het Nederlands Letterenfonds, De Versterking, de Stichting Lezen, het Kinderboekenmuseum en uitgeverij Zwijssen. Een raadgedicht is een gedicht waarin één woord ontbreekt. Dit woord is afgedekt en alleen de dichter kent het woord.

Raadgedicht is gericht op leerlingen van het Primair onderwijs plus de brugklas (vanaf 10 jaar) en leerlingen van het voortgezet onderwijs (vanaf 14 jaar)  en zij kunnen zich gratis inschrijven en meedoen. Op basis van de gegeven antwoorden wordt een erelijst samengesteld. Maar Raadgedicht is zowel voor scholen als voor individuele deelnemers. Voor iedereen dus!  Leerkrachten kunnen met de klas één woord insturen of ze kunnen leerlingen individueel laten insturen. Op de erelijst wordt geen onderscheid gemaakt in leeftijd. Alleen is er een aparte lijst voor groepen en voor individuele deelnemers.

Het doel van Raadgedicht is om de lezer mee te laten denken met de dichter. Zo wordt de lezer uitgedaagd creatief met taal aan de slag te gaan. Foute antwoorden zijn niet per se fout. Misschien is een ander woord wel mooier dan dat van de dichter? Voor de dichters is het spannend om te ervaren welke woorden de lezers aandragen. Dit spelen met woorden leidt tot een geconcentreerde manier van lezen.

Naast de website is er een app die je kunt downloaden en zijn er prijzen te winnen. In totaal doen maar liefst 59 dichters mee met Raadgedicht, dichters van naam en faam maar ook wat minder bekende dichters. Dichters als Tsead Bruinja, Ester Naomi Perquin, Marieke Lucas Rijneveld, Tjitske Jansen maar ook Jos van Hest, Mary Heylema, Corien Oranje en Edward van de Vendel.

Van Derek Otte, tot vorige maand stadsdichter van Rotterdam, hier een voorbeeld. Het antwoord op het te raden woord staat een stuk naar onderen.

.

 

 

 

 

 

 

 

Antwoord: Spits

Valentijnsdag

Gedicht over de liefde

.

Hoewel ik niets heb met allerlei, vanuit de Verenigde Staten hier terecht gekomen, ‘feestdagen’ zoals Halloween, Kerstfeest met cadeautjes en Valentijnsdag (dit zijn in mijn optiek toch vooral door de commercie geïnspireerde ‘feestdagen’ wil ik toch een kleine uitzondering maken voor Valentijnsdag, 14 februari. Eigenlijk alleen maar omdat dit een mooi excuus is om weer een een prachtig liefdesgedicht met jullie te delen. En er zijn zoveel liefdesgedichten (ik heb er zelf twee bundeltjes mee gevuld ; Je hebt me gemaakt met je kus en XX-XY) dus de keuze is altijd reuze. Vandaag koos ik voor het prachtige gedicht van Toon Tellegen met de titel ‘Een gesprek’ uit de bundel ‘Mijn winter’ uit 1987.

.

Een gesprek

 

“Waar zullen wij afscheid nemen?
“In de regen”
“Zullen wij schuilen?”
“Nee!”
“Hoe zullen wij ons voelen?”
“Ziek, vals en verlegen.”
“Wat zullen wij zeggen?”
“Wij zullen het niet weten.”
“Wat zullen wij denken? ”
“Was het maar gisteren, morgen of nooit.”
“Zal een van ons gelijk hebben?”
“Geen van ons zal gelijk hebben.”
“Zullen wij elk een andere kant op gaan?”
“Wij zullen elk een andere kant op gaan.
“Zullen wij omkijken?”
“Een van ons zal omkijken. Stilstaan, aarzelen en omkijken”

.

Zo spraken ze tegen elkaar, telkens weer
opnieuw.
Maar zij vroegen nimmer wie. Wie
zou omkijken. Wie.

.

Ongeveer zo hoog

Ongeveer zo breed

.

In 2006 publiceerden René Maagdenberg en Arie Vuyk de bundel ‘Ongeveer zo hoog / Ongeveer zo breed’ of andersom, het is maar hoe je de bundel oppakt. Het is namelijk een omkeerbundel. Het is niet voor het eerst dat ik een omkeerbundel in handen heb, jaren geleden publiceerde Menno Smit en Edwin de Voigt de bundel ‘The body mass index / Voigt moisturizer’ die je ook op twee manieren kan lezen. Tot op zekere hoogte zijn deze twee bundels dus te vergelijken. Inhoudelijk is de bundel ‘Ongeveer zo hoog / Ongeveer zo breed’ echter anders. In deze bundel hebben René Maagdenberg en Arie Vuyk dus alle twee een helft van een bundel om hun werk onder het voetlicht te brengen.

Arie Vuyk (Ongeveer zo breed) is vooral bekend als cabaretier en René Maagdenberg als illustrator/grafisch vormgever )onder andere voor Po-e-zine). Allebei hebben ze echter ook teksten, gedichten, aforismen en versjes geschreven. In het geval van Vuyk worden de aforismen ‘Humzinnigheden’ genoemd. Een paar voorbeelden:

.

Wie het onderste uit de kan wil halen

moet de boel op zijn kop zetten

.

Spitsuur op Utrecht Centraal:in de rij voor de roltrap

om tijd te winnen.

.

Naast deze Humzinnigheden  veelal rijmende poëzie of versjes en een paar liedteksten. René Maagdenberg (Ongeveer zo hoog) heeft ook wat aforismen opgenomen maar daarnaast ook enkele korte teksten en gedichten. Deze gedichten zijn van een ander niveau dan die van Vuyk. Geen of nauwelijks rijm en een wat serieuzere inhoud. Bijvoorbeeld in het gedicht ‘Waar nieuwe huizen staan’.

.

Waar nieuwe huizen staan

.

wat waait het altijd veel & hard

(waar nieuwe huizen staan)

waar nieuwe mensen wonen

los- en kaalgeslagen

ontworteld

ongewassen en ontgroend

& wat is de lucht leeg, ongekleurd

de zon een schijf van tinten licht

hoe speels de wegen der stadsarchitecten

.

%d bloggers liken dit: