Categorie archief: Gedichten op vreemde plekken
Gedichten op vreemde plekken (het Ei in 2 delen)
Deel 86: Op een ei
.
Kunstenares Bonnie Campbell doet aan kunst en tekst. In haar ‘Pottery’ maakt zij veelvuldig gebruik van teksten en gedichten. Vooral haar Raku eggs (Raku stoken is een van oorsprong Japanse techniek waarbij het glazuur van een werkstuk (sterk) craqueleert. De craquelé is zwartgekleurd) zijn een bijzondere plek waarop zij gedichten en flarden poëzie aanbrengt.
.
Meer van haar werk is te bekijken op haar blog http://blue-egg.blogspot.nl/
.
.
Een andere kunstuiting van GMAX (2011) in de vorm van een ei heeft een Nederlands gedichtje:
Licht, leer met het laatste en eerste; de liefde die ik nog mis
.
Tattoo you
The Word Made Flesh: Literary Tattoos from Bookworms Worldwide
.
Nadat ik de blog over E.E. Cummings had geplaatst zwierf ik nog even rond op het World Wide Web om te lezen over één van mijn meest favoriete dichters Cummings. Wat me opviel was dat ik op verschillende plekken afbeeldingen tegen kwam van tatoeages met (delen van) gedichten van die aloude E.E.
Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en al snel kwam ik op de tumblrpage van Justin Taylor en Eva Talmadge; http://tattoolit.com
en ook op : http://www.mediabistro.com/galleycat/kurt-vonnegut-e-e-cummings_b13996 . Op deze laatste website staat een interview met Justin en Eva waarin zei vertellen dat Kurt Vonnegut en E.E. Cummings de belangrijkste leveranciers zijn van literaire tatoeages. Dat dat klopt blijkt niet alleen uit de foto’s hieronder (een kleine greep uit het aanbod) maar zeker uit het boek dat ze in 2010 publiceerde ‘The world made flesh: literary tattoos from bookworms worldwide’.
Op de website staat te lezen dat het boek een gids is voor de opkomende subcultuur van literaire tatoeages – een verzameling van 100 full-color foto’s van de menselijke huid onuitwisbaar versierd met citaten en beelden van Pynchon naar Dickinson en van Shakespeare tot Plath. Verpakt met geliefde versregels, literaire portretten en illustraties – en verklaringen van de dragers op de geschiedenis van hun tatoeages en het persoonlijk belang van het gekozen literaire werk – het boek is hiermee deels een fotocollectie, en deels een literaire bloemlezing geschreven op de huid.
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 85: Op een stalmuur
.
Vanaf 2009 wordt in het kleine plaats Watou in West Vlaanderen een kunstenfestival georganiseerd.
Kunstenfestival Watou is een internationale kunsttentoonstelling met beeldende kunst, poëzie en literatuur op de snijlijn tussen taal en beeld. Zo valt te lezen op de website van het kunstenfestival http://www.kunstenfestivalwatou.be/ De 2013 editie vindt plaats tussen 6 juli en 1 september.
Vrijwel alle grote namen uit de poëzie zijn in de afgelopen 4 jaar aanwezig geweest bij dit bijzondere festival; van Remco Campert tot Vrouwkje Tuinman van Lucebert tot Rutger Kopland.
In deze traditie werd op een stal van een boerderij in Watou het gedicht ‘Ezel Ambroos’ van Hugo Claus aangebracht.
.
.
Ezel Ambroos
.
Deze ezel heet Ambroos.
Hij drentelt langs hond en lam.
Tussen zijn saffraangele tanden
zit een halve boterham, ambrosia.
.
Vele meesters reden op zijn rug,
Heer Jezus, Heer Honger, Heer Dood.
Om zijn dagelijks brood
balkt hij: Glorie, gloria.
.
Op de vlucht naar een of ander Egypte
verloor hij onderweg de os, zijn vriend,
met wie hij redeneerde
over de stro, de kribbe, het kind.
.
Soms buigt een vreemde rouw
zijn pluizige kop nog verder naar voren.
De schuwte van de paria
in de wereld waarin ook wij dolen.
.
Waarom duldt hij onze grillen
als de vliegen in zijn wimpers,
de horzels op zijn billen?
Wat is het waarom van zoveel
nederige vrede? Herinnering aan Arcadia?
.
Al is Ambroos al eens duister en duivels
op zijn tijd en stond,
zijn ogen zijn de gewonde ogen
van de eeuwigheid.
.
Uit: De Sporen
(De ezel Ambroos was een gift van dichter Roger de Neef aan Hugo Claus.
NEE-NEE vs NEE-JA
Poëzie in alledaagse dingen
.
Na gister een stuk te hebben gepubliceerd over een tekst op een speelplaats van een school voor voortgezet onderwijs in Duitsland kreeg ik van kunstenaar/dichter Pieter Drift een bericht via Facebook.
Hij had op basis van de bekende NEE-NEE en NEE-JA stickers (die je op je voordeur plakt als je geen reclamedrukwerk/plaatselijke kranten wil ontvangen) een nieuwe vorm/inhoud gegeven aan deze stickers.
Ook dit zou je onder de categorieën Gedichten in vreemde vorm,en en Gedichten op vreemde plekken kunnen scharen.
Hieronder de twee creatieve uitingen van Pieter.
.
.
Meer informatie over Pieter Drift op zijn website: http://pieterdrift.nl/
Grote woorden
Poëzie op de speelplaats
.
Op dit blog schrijf ik regelmatig over poëzie op vreemde plekken en poëzie in vreemde vormen. De onderstaande poëzie zou je onder beide categorieën kunnen onder brengen. Op een school voor voortgezet onderwijs in Bocklemünd in Keulen staat in enorme letters een tekst ‘Max, der Ernst des Lebens”.
De tekst werd ontwikkeld in samenwerking met de studenten en verwijst naar de naamgever van de school en dadaïstische/ surrealistische kunstenaar/schilder/dichter Max Ernst (1891 – 1976). Bijna elk kind in Duitsland begint zijn schoolloopbaan met de onheilspellende woorden: Nu begint het leven pas echt … (in alle ernst).
.
De tekst is het best van grote hoogte te lezen.
.
Meer teksten met grote woorden kun je vinden op http://www.remotewords.net/news.html
Gedichten op vreemde plekken
Deel 84: Op een ring
.
Poëzie als sieraad, waarom niet? Al eerder schreef ik over poëzie als tatoeage (ook een voorbeeld van een versiering) en dan nu poëzie op een ring.
De eerste ring is gemaakt door Jeanine Payer en de inscriptie luidt: ”What lies behind us and what lies before us are tiny matters compared to what lies within us.” van Ralph Waldo Emerson.
De tweede ring, ook gemaakt door Jeanine Payer, heeft een deel van een gedicht van Ian Burgham als inscriptie: and you, a windrose, a compass, my direction, my description of the world
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 82: op vuilniswagens
.
In Rotterdam heeft een samenwerkingsproject van de Stichting Poetry International en de Rotterdamse vuilophaaldienst, de Roteb tot een bijzondere plek voor poëzie gezorgd. Sinds 1988 kiest Poetry International voor de Roteb dichtregels uit die worden aangebracht op alle grotere vuilophaalwagens. In 2001 lieten twee kunstenaars de vuilniszakken spreken, alweer in Rotterdam. De zakken kregen allemaal een letter, zodat de Rotterdammers zelf woordjes konden maken bij het naar buiten zetten van de vuilnis.
.
Dichtregels van o.a. de Franse dichter Eugène Guillevic ( Soms geloof ik er in / of bijna), van de Chileense dichter Nicanor Parra ( wee de mens die zich nooit vergist) maar ook van Nederlandse dichters zoals Jules Deelder ( Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt) en Gerrit Achterberg ( De schemer heeft uw kleren aan) sieren vuilniswagens.
.
In 2010 organiseerde de Roteb en Poetry International een wedstrijd. Alle inwoners uit de regio Rijnmond mochten nu zelf een dichtregel insturen en maakte hiermee kans hun regel terug te lezen op een Roteb-wagen. Dit mocht uit eigen werk zijn of een citaat uit poëzie van een andere (bekende) dichter. Winnaar van deze wedstrijd werd Peter Oole met de regel ‘Soms kom ik mezelf tegen / en dan zeg ik niet eens gedag’.
.
Urban Poetry
Poëzie in de publieke ruimte
.
De vaste lezer van dit blog weet dat ik zeer geïnteresseerd ben in vormen van poëzie die bijzonder zijn of plaats vinden in de publieke ruimte. De Engelse kunstenaar / dichter Robert Montgomery werkt al sinds 2005 in de buitenruimte waarbij hij billboards en publieke communicatiemogelijkheden ‘kaapt’ en met gebruikmaking van allerlei guerilla technieken zijn werk onder de aandacht brengt.
Zijn werk is door het hele land (Groot Brittanië) te zien en is melancholisch maar altijd uitdagend. Naast zijn werk op billboards en ander publiek meubilair is hij bekend van zijn vuurwerkgedichten en werk op papier.
.
Meer over Robert Montgomery op zijn website: http://www.robertmontgomery.org























