Fuckende konijnen

Els Moors

.

De Vlaamse dichter Els Moors (1976) studeerde Germaanse filologie aan de Universiteit van Gent en aan de Gerrit Rietveld Academie. In 2006 debuteert ze met de bundel ‘er hangt een hoge lucht boven ons’ waarmee ze dat jaar genomineerd wordt voor de C. Buddingh’ prijs en in 2007 de Herman de Coninckprijs voor het beste poëziedebuut wint.

In de jaren hierna publiceert ze nog de bundels ‘Het verlangen naar een eiland’ (roman, 2008), ‘Vliegtijd’ (verhalen, 2010) en ‘Liederen van een kapseizend paard’ (poëzie, 2013).

Van haar hand het volgende titelloze gedicht uit ‘er hangt een hoge lucht boven ons’.

.

de witte fuckende konijnen fucken en zij fucken samen
het dak plat
zonder afstandsbediening
galm galm het is ochtend
het is ochtend in dit natte land
dit tandpasta nutella land
dit natte afgematte veld
er staan drie camping caravans met oranje gordijnen
een uit zichzelf verschenen flard mist trekt zijdelings het oog
voorbij

.

ElsM

elsM2

 

Met dank aan Meander en Wikipedia.

Denk ik aan jou

Liefdesgedicht

.

Nu de herfst zich heeft aangediend en de blaadjes weer gaan vallen, is het goed wat extra aandacht te besteden aan de liefdespoëzie. Vandaag van Clem Schouwenaars een liefdesgedicht zonder titel uit de bundel ‘Liefdeshalve’ uit 1985.

.

Als ik denk aan maart

denk ik aan jou,

als ik denk aan hagel,

denk ik aan jou,

ik verberg mij voor het gloren,

en denk aan jou,

ik hoor de eerste merel,

en denk aan jou,

als ik denk aan de koelte,

als ik denk aan jonger,

als ik denk aan durven,

denk ik aan jou,

als ik denk aan meineed,

als ik denk aan vreemden,

als ik denk aan mijzelf,

als ik niet aan jou denk,

denk ik aan jou.

.

sad girl

Vanavond draag ik voor

Dichter bij het theater

 

Vanavond sta ik in Delft op het eendaagse festival ‘Dichter bij het theater’. Een mooi initiatief van Verzet de Zinnen. Lees hier hoe je aan kaarten komt en maak er met ons een topavond van!

Podium, artiest en een flinke dosis inspiratie zijn de hoofdingrediënten waar het om draait bij het zinnenprikkelende eendaagse festival ‘Dichter bij het Theater’. De beste dichters, singer-songwriters, rappers en proza schrijvers staan in de spotlight op zaterdag 18 oktober in Theater de Veste.

Line-up
De line-up is er eentje om van te smullen. Een groot publiek heeft dit voorjaar tijdens het festival ‘Dichter bij de Bar’ zich uitgesproken en een keuze gemaakt over wat volgens hun de beste artiesten waren. Op 18 oktober bewijzen zij in het B&L Theatercafé van Theater de Veste waarom zij tot de crème-de-la-crème van het festival behoren. Er staan optredens geprogrammeerd van onder andere: Daniel Dee, Michel Ebben, Iris Penning, Abraham Von Solo, Joz Knoop, Sweethard Timo van der Vring en Mary Syll Witt, Erik Westra Bluesinn’, Rémon Beeftink, Mark Boninsegna, Edwin de Voigt, Jaap Montagne, Wouter van Heiningen, Judy Carati, Marvin Dee, Robbert Meijntjes, Maxime Philips, Menno Smit, Ebben & Smit, Fabian Schrama, Rik van Boeckel en vele anderen!

Muziek, dichters en veel plezier
Toegang bedraagt €7,50 maar indien er gereserveerd wordt via info@verzetdezinnen.nl betaal je maar €5,-

Laat dit kleinkunstpareltje niet aan u voorbij gaan. Reserveren voor dit evenement kan via: http://www.theaterdeveste.nl/ en via de kassabalie van Theater de Veste, 015 – 2121312

veste

 

Aan het hek

Gedichten op vreemde plekken

.

Op De Pothaar, een museumboerderij in het Overijsselse Bathmen daterend uit 1767,  kwam ik het volgende vaandeldoek tegen dat was bevestigd op een hek. In het plaatselijk dialect een gedicht op een doek, aan een hek.

.

2014-10-03 15.15.44

Interview met een dichter

Meander literair E-zine

.

Dichters en in poëzie geïnteresseerden kennen ongetwijfeld Meander. Sinds 1995 is de website van Meander een fenomeen in literair Nederland als het om poëzie gaat. Op http://meandermagazine.net/wp/ kun je uit een veelheid aan categorieën kiezen als dichters, wereldpoëzie, de klassiekers, en recensies. Enige tijd geleden werd ik gevraagd door Antoinette Sisto, poëzieredacteur bij de rubriek Dichters, voor een interview. In het E-zine van deze  maand is het interview dat Antoinette mij afnam te lezen. Ga hiervoor naar: http://meandermagazine.net/wp/2014/10/gedichten-met-een-lekker-rauw-randje/

Bij het interview zijn ook vier van mijn  gedichten gepubliceerd uit mijn laatste bundel ‘Winterpijn’. Een van deze gedichten is ‘A la carte’.

.

A la carte
Kraaien vreten hun buikjes
rond, aan het kadaver van een
aangereden eend gaat geen
menukaart vooraf

palingen van de lucht zijn het
vuilnisbakkenrakkers in doodskleed

dan volgen de eksters, het blauw
van hun veren doet koninklijk aan
hun manieren aan tafel echter
bewijzen het tegendeel.

.

meander

 

Dulce et Docurum est

Wilfred Owen

.

Woensdagavond was Peter Vandermeersch, hoofdredacteur van het NRC Handelsblad, te gast bij De Wereld Draait Door, om over een onderwerp betreffende de Eerste Wereldoorlog te praten. Dit keer sprak hij over de oorlog en de kunst. Hij eindigde met het gedicht van Wilfred Owen ‘Dulce et Decorum est. Ik kende dit gedicht niet maar heb het meteen opgezocht.

Wilfred Edward Salter Owen (1893 – 1918) was een Engels dichter en militair. Hij wordt door velen als de beste van de Engelse ‘War Poets’ (een benaming voor dichters die schreven tijdens en over de Eerste wereldoorlog) beschouwd. Zijn schokkende en realistische oorlogspoëzie over de verschrikkingen van de loopgravenoorlog en gasaanvallen werd sterk beïnvloed door zijn vriend Siegfried Sassoon (die ook behandeld werd door Peter Vermeersch). Veel van zijn werk werd pas na zijn dood gepubliceerd.

Het verhaal van Owen is een triest verhaal. In 1915 meldde hij zich, voornamelijk uit romantische overwegingen, als vrijwilliger aan bij het leger. In januari 1917 werd hij toegevoegd aan The Manchester Regiment. Na een aantal traumatische ervaringen (zo zat hij 3 dagen vast in een bomkrater) werd hij met een shellshockdiagnose naar huis gestuurd en opgenomen in het Craiglockhart War Hospital in Edinburgh. Het was daar dat hij Siegfried Sassoon ontmoette.

Na zijn ontslag uit het Craiglockhart keerde hij terug naar de oorlog. Zijn beslissing om terug te keren was vrijwel zeker het gevolg van Sassoons terugkeer naar Engeland. Sassoon was gewond geraakt en met permanent ziekteverlof naar huis gestuurd. Owen zag het als zijn plicht Sassoons plaats aan het front over te nemen, zodat de gruwelijke realiteit van de oorlog verteld bleef worden. Sassoon was een zeer uitgesproken tegenstander van Owens terugkeer naar het front. Hij dreigde zelfs “hem in zijn been te steken” als hij toch ging. Om zijn vriend niet in verlegenheid te brengen, informeerde Owen hem pas toen hij al in Frankrijk was.

Wilfred Owen stierf uiteindelijk een week voor het tekenen van de wapenstilstand. Sassoon zorgde ervoor dat de poëzie van Owen werd uitgegeven na de oorlog. In zijn gedicht ‘Dulce et Decorum est’ beschrijft hij een gifgasaanval en de daaruit volgende afschuwelijke dood van een van de soldaten. Zoals in veel van zijn gedichten bespaart Owen de lezers geen van de gruwelijke details. Hij hoopte hiermee te bewerkstelligen dat men in Engeland niet langer zou zeggen dat het een zoete eer was om voor het vaderland te sterven (dulce et decorum est pro patria mori).

De zin Dulce et Decorum est Pro Patria Mori is een citaat van de Romeinse dichter Horatius en betekent in het Nederlands ‘Hoe zacht en eervol is het te sterven voor het Vaderland.

Hieronder de originele Engelse tekst en de vertaling van Tom Lanoye uit 2002 ( Niemandsland, gedichten uit de grote oorlog)

.

Dulce et Docurum est

Bent double, like old beggars under sacks,
Knock-kneed, coughing like hags, we cursed through sludge,
Till on the haunting flares we turned our backs
And towards our distant rest began to trudge.
Men marched asleep. Many had lost their boots
But limped on, blood-shod. All went lame; all blind;
Drunk with fatigue; deaf even to the hoots
Of gas-shells dropping softly behind.

Gas! GAS! Quick, boys!—An ecstasy of fumbling
Fitting the clumsy helmets just in time,
But someone still was yelling out and stumbling
And flound’ring like a man in fire or lime.—
Dim, through the misty panes and thick green light,
As under a green sea, I saw him drowning.

In all my dreams before my helpless sight
He plunges at me, guttering, choking, drowning.

If in some smothering dreams you too could pace
Behind the wagon that we flung him in,
And watch the white eyes writhing in his face,
His hanging face, like a devil’s sick of sin,
If you could hear, at every jolt, the blood
Come gargling from the froth-corrupted lungs,
Bitter as the cud
Of vile, incurable sores on innocent tongues,—
My friend, you would not tell with such high zest
To children ardent for some desperate glory,
The old Lie: Dulce et decorum est
Pro patria mori.

.

Dulce et Decorum est

Zwaarbeproefd, kromgebogen als oude kerels,
Vloekten we ons hijgend hoestend door het slijk.
Achter ons verdween de gruwel van het front.
Voort ploeterden we, naar verder weg gelegen onderkomens.
Er waren er die lopend sliepen. Anderen, hun laarzen kwijtgeraakt,
Strompelden op bebloede voeten.
Uitgeput was iedereen, verstomd, niets ziend,
Doof zelfs voor de vlakbij neervallende gasgranaten.

Gas! GAS! werd er gebruld. Als de donder rukten we
Die rotmaskers net op tijd over ons hoofd.
Een kreeg het niet voor elkaar
En krijste vertwijfeld als een dier in nood.
Vaag zag ik door mijn beslagen glazen, in een dichte waas
Als onder water in een snotgroene zee, hoe hij verzoop.

Elke nacht droom ik van hem. Hij stort zich op mij, kokhalst,
snakt naar adem en verzuipt opnieuw. Machteloos kijk ik toe.

Jij zou ook eens in zo’n afgrijselijke droom,
Mee moeten lopen met de kar waarop hij toen werd afgevoerd.
Zien hoe hij aldoor zijn ogen opensperde,
Zijn mond open en dicht ging als bij een stomme vis,
En bij iedere gierende ademstoot moeten horen
Hoe het bloed omhoog borrelde uit zijn verrotte longen,
Als gore etter uit een verkankerde wond in een onschuldig lijf.
Mijn vriend, je zou het voorgoed uit je kop laten
Jonge jongens, hunkerend naar heldenroem,
Zo stomweg die godvergeten leugen wijs te maken:
Dulce et decorum est pro patria mori.

.

wilfredowen

Owen graf

Owen

De Vallei

Daar gaat ze

.

Francois Vermeulen, dichter en redacteur van het Belgische blad Schoon Schip is de uitgever van De Vallei, een digitaal kunst en poëzie magazine.. Via het internet maakt hij jaarlijks een kleine bundel met kunstwerken en daarbij behorende poëzie. Voor de 23ste editie van De Vallei vroeg hij Antoinette Sisto om dichters en de werken van beeldend kunstenaar Els Brouwer bij elkaar te brengen. Ook mij vroeg ze om een gedicht te schrijven bij een werk van Els. Dit werd het werk dat gebaseerd is op het schilderij ‘Away we go’ (Acryl op doek). De afbeelding van dit werk en het gedicht dat ik erbij schreef kun je hieronder bekijken. Werk van Els Brouwer is te bekijken op http://www.elsbrouwer.com/

In de 23ste editie van de Vallei zijn de volgende dichters opgenomen: Dianne Soli, Antoinette Sisto, Geraldina Metselaar, Wilma van den Akker, Jos van Daanen en ik dus. De PDF van deze digitale editie kun je bekijken op: http://static.skynetblogs.be/media/169074/2274476303.pdf

.

vallei

De mooiste van Yeats

William Butler Yeats

.

Lannoo | Atlas gaf in 2010 de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ uit. Een bundel samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. In deze bundel de mooiste gedichten van Yeats met vertalingen van Ben Cami, Paul Claes, Jan Eijkelboom, Adriaan Roland Holst, Hedwig Schwall, Koen Stassijns, Geert van Istendael en Ivo van Strijtem. Met een gedegen uitgebreide inleiding van professor doctor Hedwig Schwall is dit een bijzondere bundel. In de bundel een kleine vijftig gedichten met hun vertalingen.

Uit deze bijzondere bundel het gedicht ‘All things can tempt me’ met de vertaling van Geert van Istendael en Koen Stassijns met de titel ‘Haast alles lokt mij’.

.

All things can tempt me

All things can tempt me from this craft of verse:
One time it was a woman’s face, or worse –
The seeming needs of my fool-driven land;
Now nothing but comes readier to the hand
Than this accustomed toil. When I was young,
I had not given a penny for a song
Did not the poet Sing it with such airs
That one believed he had a sword upstairs;
Yet would be now, could I but have my wish,
Colder and dumber and deafer than a fish.

.

Uit: The green Helmet and other poems, 1910

.

Haast alles lokt mij

.

Haast alles lokt mij van dit dichtwerk weg:

Ooit was ‘t een meisjeslach of, brute pech -

De valse noden van mijn dwaze land;

Nu neem ik niets zo makkelijk ter hand

Als dit gewoon karwei. Als jonge vent

Gaf ik voor liederen geen rooie cent,

Tenzij de dichter zong met een aplomb

Of hij een zwaard had liggen in ‘t salon;

Kreeg ik mijn zin, dan was ik nu gewis

Kouder en stommer en dover dan een vis.

.

9789077441046

 

images

Eerste gedicht

Chrétien Breukers

.

Ik lees het boek ‘Over het eerste gedicht: over het lezen van poëzie’ van Chrétien Breukers. Ik zag het boek bij de nieuwe boeken in de poëziecollectie liggen en werd vooral door de titel getrokken. Welk eerste gedicht? Dat blijken eerste gedichten te zijn uit 36 bundels van verschillende dichters.

Voordat Breukers zijn zeer lezenswaardige besprekingen van eerste gedichten begint beschrijft hij in 9 pagina’s zijn ideeën over de hedendaagse poëzie. Zeer vermakelijk want Breukers heeft een nogal uitgesproken visie op de poëzie in Nederland. Zo merkt hij op dat de verkoop van poëziebundels in Nederland (en België) de laatste 20 jaar is ingezakt en dat er steeds minder poëzie wordt gelezen. Er is volgens hem een verschuiving gaande van het lezen en doorleven van poëzie naar het ondergaan van poëzie (tijdens manifestaties e.d.). De mens van nu heeft geen tijd/zin/concentratie om poëzie op een goede manier tot zich te nemen. De poëzie heeft zijn urgentie verloren, het is verworden tot een poëzie Teletubbieland met hartverscheurend saaie toestanden.

Daarnaast vindt hij dat Gedichtendag, Gedichtenweek en de Dichter des Vaderlands terstond moeten worden afgeschaft of tenminste 5 jaar moeten verdwijnen. Gedichtendag en Gedichtenweek zorgen ervoor dat er op één moment in het jaar een overdaad aan aandacht is voor poëzie en de Dichter des Vaderlands is een vredig en gezellig instituut geworden

Volgens Breukers is de poëzie haar fundament kwijt. Heel boeiend om te lezen allemaal. Deels ben ik het wel met Breukers eens maar of zijn oplossing de redding van de poëzie in Nederland gaat worden, ik vraag het me af. Wat ik zelf merk is dat de poëzie de laatste jaren steeds meer aanwezig is. Juist door de Gedichtenweek, de Dichter des Vaderlands maar ook vooral door de podia her en der in het land, de stichtingen die zich met literaire activiteiten bezig houden, de dichterskringen, de dichtersgroepen en de vele (vaak amateur) dichters die ervoor kiezen om hun werk in eigen beheer uit te geven.

Ik ben niet van de school die vindt dat poëzie er is om een verschil te maken. Poëzie mag ook genoten worden om haar schoonheid, als troost, als motivatie. Poëzie gaat de wereld niet veranderen, ze kan er (op onderdelen) hooguit een bijdrage aan leveren. Dichters (semi-professioneel, professioneel en amateur) geven het leven van zeer veel mensen kleur. Een aantal dichters zal door de aard van hun poëzie vallen binnen de groep waarvan Breukers vindt dat zij een verschil maken en een hele grote groep zal hierbuiten vallen. Desalniettemin heb ik de inleiding met zeer veel plezier gelezen.

De manier waarop Breukers vervolgens de verschillende eerste gedichten behandeld zijn ook zeer lezenswaardig. Vaak geeft hij een bijzondere kijk op de gedichten en een enkele keer geeft hij ook eerlijk aan dat hij ook niet weet waar een gedicht precies over gaat. En zo vergaat het de lezer van poëzie ook, de ene keer begrijp je een gedicht volledig en de andere keer niet maar kun je toch genieten van dat gedicht om taalgebruik, vorm of iets anders. Een boek om te lezen kortom. Van de behandelde eerste gedichten hieronder het gedicht ‘Tsjechov’ van Erik Bindervoet.

.

Tsjechov

.

De Russische toneelschrijver Tsjechov

Woonde in Baltimore

Met een emoe die kon apporteren.

Zelf gaf hij een cursus,

Laatste hulp bij zelfdoding.

Toen ik dit bedacht zag ik

Acht flamingo’s boven de Ceintuurbaan,

Maar niemand geloofde me

En ik wilde bloemen.

.

Uit: Het spook van de vrijheid, 2010

 

 

over het eerste

 

het-spook-van-de-vrijheid---erik-bindervoet[0]

 

De dingen

Pim te Bokkel

.

Uit de bundel van Pim te Bokkel ‘De dingen de dingen de dans en de dingen’ uit 2010 het gedicht ‘Wasknijper’.

.

Wasknijper

Wat beklijft?
Vraag het de wasknijper
die met een stalen oog
een lijn vastbijt

Wat blijft
als straks de herfst aantrekt?

Wat is het dan
een veer om dit gespannen hout
dat krampachtig nog wat
was vasthoudt

.

de-dingen-de-dingen-de-dans-en-de-dingen

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 3.183 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: